Max Pam en Paul Brill. Beeld Artur Krynicki

Behoort Nederland tot de lelijkste landen van Europa?

Plus Max Pam en Paul Brill

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: de boer, hij ploegt niet meer voort. 

Tractors in colonne

Het gedicht De Dapperstraat van J.C. Bloem (1887-1966) begint met deze strofe: ‘Natuur is voor tevredenen of legen. En dan: wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant, Een heuvel met wat villaatjes ertegen.’ Nee, de dichter had meer op met asfalt. ‘Geef mij de grauwe, stedelijke wegen, De’ in kaden vastgeklonken waterkant,’ schreef hij.

Bloem was een conservatief in hart en nieren, maar toen hij dit gedicht in 1945 publiceerde, was de gedachte er achter nog heel modern. De Italiaanse futurist Marinetti had ons geleerd dat betonnen autowegen en snelle motorfietsen ook mooi konden zijn. Maar dat was toen. 

In het overvolle Nederland van nu is wel een einde gekomen aan het idee dat het verkeer bijdraagt aan de esthetiek. Wie door Nederland reist, ziet langs de snelwegen een verrommeld landschap met eindeloze industrieterreinen en distributiecentra, afgewisseld met kantoorgebouwen, waar nauwelijks een architect aan te pas is gekomen.

Het is onaangenaam om te zeggen, maar Nederland behoort inmiddels tot de lelijkste landen van Europa. Als je nog iets wilt ervaren van hoe mooi het Nederlandse landschap er in de jaren dertig (van de vorige eeuw) heeft bij gelegen, kun je het best naar weidegebieden in Ierland gaan.

Het verlangen naar economische groei en een ongebreidelde bouwlust hebben bijgedragen aan deze ontwikkeling. Maar veel boeren, gesteund door grote politieke partijen, zijn medeverantwoordelijk voor de neergang van landschap en natuur. De boeren komen op voor hun eigen business, wat heel begrijpelijk is, maar ook hier is een grens bereikt.

Toen ik een paar jaar geleden een tocht door Nederland maakte, viel mij niet alleen het grote aantal megastallen op, maar vooral ook de stank die zij veroorzaakten. Ik ben misschien een geperverteerd stadsmens die te ver heen is om dit te kunnen waarderen, maar mij leek die steeds aanwezige penetrante geur niet gezond.

De onvermijdelijke boodschap dat de veestapel drastisch moet inkrimpen, is een boodschap die door de boeren niet in dank is afgenomen. ‘De zon komt op, de zon gaat onder. Langzaam telt de oude boer zijn kloten,’ schreef de dichter C. Buddingh’. Maar dat fatalisme leeft niet meer bij de boer. In colonne reden zij op hun tractoren boos naar Den Haag.

Daar kregen zij van Carola Schouten, de minister van Landbouw, te horen dat onder haar regime van inkrimping des veestapels geen sprake zal zijn. Zij stond op haar woord als een boer op zijn klompen. Nog even wachten tot de verkiezingen: over twee jaar is zij weg.

Max Pam

Gewapend met eieren

‘En de boer hij ploegde voort,’ dichtte Werumeus Buning in een tijd zonder megastallen en zonder stikstofbesluiten. Een tijd waarin de boer de continuïteit van het bestaan belichaamde. Dat hij de ploeg zou laten staan en met een paar duizend andere agrariërs de vuist zou heffen op het Malieveld, was ondenkbaar. Het landleven en de politieke wereld stonden mijlenver van elkaar af.

Anno 2019 is de apolitieke boer net zo’n anachronisme als de dichtkunst van Werumeus Buning. Helemaal in Nederland, waar het Groene Front al decennia een factor van betekenis is, maar ook elders in Europa. De ontregeling van het openbare leven dat Nederland op de protestdag van de boeren beleefde, is in Frankrijk een vast ritueel.

Geen beroepsgroep heeft de macht van de straat zo vaak en effectief ingezet als die van de Franse boeren. Er zijn maar enkele tientallen tractors nodig om belangrijke verkeersaders te blokkeren en daarmee het hele land te treffen. Ongeacht of hij een linkse of rechtse signatuur heeft, iedere Franse president moet op een gegeven moment een toontje lager zingen vanwege het boerenprotest.

Daar ligt ook een voorname reden waarom de Europese Unie nog steeds zoveel geld uittrekt voor landbouwsubsidies. In Brussel weten ze er alles van, want ook daar demonstreren op gezette tijden boze boeren, gewapend met eieren, tomaten en brandende hooibalen.

Ironisch genoeg zijn het de Amerikaanse boeren, de grootste landbouwexporteurs ter wereld, die in de hoek zitten waar momenteel de hardste klappen vallen. Niet omdat de regering in Washington plotseling is bevangen door grote zorgen om natuur en milieu, maar vanwege Donald Trumps handelsoorlog tegen China.

Voor hun tegenoffensief hebben de Chinezen goed naar de electorale kaart van Amerika gekeken en hun eigen tariefverhogingen vooral gericht op producten die komen uit staten waar Trump in 2016 aan het langste eind heeft getrokken. Dat zijn onder meer de landbouwstaten in het Midden-Westen.

De boeren daar hebben hun exportinkomsten sterk zien dalen. Alleen al in het lopende jaar wordt een terugval van 7,7 miljard dollar verwacht. Er is wel enige compensatie, met name door een nieuw handelsakkoord met Japan, maar dat is slechts een pleister op de wonde.

Voor de Amerikaanse boeren is een tractor­protest geen optie. Ze kunnen wel een paar wegen in Wisconsin of Nebraska blokkeren, maar daar ligt niemand in Washington wakker van. De beste mogelijkheid voor voelbaar protest is volgend jaar november: bij de verkiezingen. Maar de Democraten zijn gepreoccupeerd met het klimaat en tonen weinig affiniteit met de ploegende boer.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden