Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

‘Bedoelt u net als Kajsa Ollongren? En net als Bilal Wahib?’

PlusNatascha van Weezel

‘Wil je me nog wat vragen?” De jongen van 17 kijkt me vertwijfeld aan. Vandaag zijn we samengebracht in het kader van een maatschappelijk gesprek tussen verschillende generaties. Onze uitwisseling van gedachten over polarisatie werd gefilmd. Nu staan we samen bij de tramhalte. De camera’s zijn gestopt met draaien. Hij rookt stiekem een sigaret.

“Weet u hoe je moet leven?” zegt hij uiteindelijk. Ik begrijp zijn vraag niet: “Zeg alsjeblieft ‘jij’. En bedoel je leven te midden van polarisatie?” Hij schudt zijn hoofd: “Nee, ik bedoel leven in het algemeen.” Drie uur lang wist ik hem alles te vertellen over populisme, 9/11, het Pim Fortuyntrauma en antivaxxers. Nu sta ik met mijn mond vol tanden. Ik ben precies twee keer zo oud en hij verwacht natuurlijk dat ik de waarheid in pacht heb. Opeens word ik me pijnlijk bewust van de kleine denkrimpeltjes tussen mijn wenkbrauwen.

Soepeltjes kaats ik de vraag terug: “Hoe denk je dat je moet leven?” Hij begint te stralen: “In september ga ik rechten studeren in Groningen. Ik ga ook bij een studentenvereniging waar ik vrienden voor het leven maak. En daar ontmoet ik een meisje op wie ik verliefd op word. Als ik 25 ben, gaan we samenwonen in een groot koophuis. Daarna trouwen we en krijgen we drie kinderen.”

“Is dit echt hoe je denkt dat het leven gaat?” Het was de bedoeling dat ik deze woorden alleen zou denken, maar ze rollen per ongeluk mijn mond uit. Natuurlijk denkt hij dat alles waarvan hij droomt zal uitkomen. Dat dacht ik ook op mijn zeventiende. Sterker nog, ik wist het zeker. Een carrière als actrice in Hollywood leek me een reële optie.

Ik schraap mijn keel: “Weet je, dingen gaan niet altijd zoals je ze van tevoren hebt bedacht. Af en toe moet je je heroriënteren, je plannen loslaten, je eigen verwachtingen en die van anderen bijschaven. Soms val je. Hard. Zo hard dat je niet meer weet hoe je verder moet.”

Hij onderbreekt me: “Bedoelt u net als Kajsa Ollongren?” Ik knik. “En net als Bilal Wahib?”

Ik moet me inhouden om geen moralistische preek te houden, maar knik dan toch nog eens. “Of zoals de huidige leiders van de PvdA, GroenLinks en de SP die bij de laatste verkiezingen zo enorm verloren hebben,” voeg ik toe. “En trouwens, zeg nou alsjeblieft ‘jij’.”

De jongen fronst.

“Maar weet je wat het mooie is? Op een dag besluit je om op te staan. Hoe hard je ook bent gevallen. Eerst wankel je op je benen en na een tijdje kun je weer gewoon lopen.” “Hoe komt dat?” vraagt hij. “Omdat mensen vaak sterker zijn dan ze zelf denken,” antwoord ik. “Vallen en weer opstaan. Dat is geloof ik wat leven is.”

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden