Column

Badr, de man voor wie ik niet mocht zijn, heeft verloren

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Ik kijk op een hotelkamer naar het gevecht van de eeuw. Jack van Gelder en Remy Bonjasky proberen een voorbeschouwing aan elkaar te praten, maar het enige wat de kijker thuis hoort is keiharde botsautohousemuziek. Ergens in de sporthal staat een Duitse bruiloft-dj volledig uit zijn dak te gaan.

Net voor het gevecht begint, lees ik op Facebook een ­bericht waarin staat dat dit het belangrijkste gevecht ooit is. 'Dit is een gevecht tussen Nederland en Marokko. Een gevecht tussen beschaafd en onbeschaafd. ­Tussen goed en slecht!'

Het bericht eindigt met een quote van Geert Wilders uit 2012, waarin de PVV-leider het over het uitzetten van de in Nederland geboren ­Badr Hari heeft.

Het gevecht van de eeuw wordt ­misbruikt door de mensen die een probleem met het hier en nu hebben. Dit is opeens een gevecht tussen de Nederlanders die zich geen Nederlander meer voelen en de ­Nederlanders die zich enkel nog Nederlander voelen als ze andere Nederlanders uit mogen sluiten. Dit is een gevecht dat nooit een winnaar zal kennen.

Ik heb helemaal geen zin meer in het gevecht van de eeuw, dus loop ik naar de badkamer en draai de douchekraan open. De douchekop is groter dan mijn hoofd. Op de douchekraan zit een begrenzing. Ik mag niet verder dan 38 graden Celsius draaien, tenzij ik een rood knopje indruk terwijl ik draai.

Ik vind douche-kraanbegrenzing overigens enorm betuttelend. Als ik te heet wil douchen, wil ik te heet douchen. "Ja, maar die begrenzing is er voor baby's en kleine kinderen." ­Helemaal niet, want baby's en kleine kinderen kunnen helemaal niet bij de douchekraan.

Ik kijk naar de dikke stralen die uit de douchekop ­komen. Het begint mistig in de badkamer te worden. Ik draag de hete damp als een trouwjurk.

Dan stap ik ­onder de douche. Heel eventjes denk ik dat het water te heet is voor mijn huid, maar al snel stelt het wonderlijke aanpassingsvermogen van mijn lichaam mij gerust. Niets is te heet. De moedervlekjes op mijn armen smelten niet, ze lijken van hittebestendige verf te zijn gemaakt.

In de verte hoor ik gejoel en gejuich. Twee seconden later sta ik lauw douchewater te druppelen voor een ­televisiescherm. Badr heeft zijn arm gebroken. De man voor wie ik niet mocht zijn, heeft verloren van de man voor wie ik niet wilde zijn.

Ik loop terug naar de badkamer. Ook hier zijn klappen gevallen, maar alleen de spiegel is beslagen. Net als ik weer onder de douche wil stappen, gaat het brandalarm af. Ik trek een badjas aan, ren vijf trappen naar beneden en schop een nooduitgang open. Buiten staan zo'n veertig andere hotelgasten. De meesten zijn aan het ­roken.

Een medewerker van het hotel zegt dat het om een vals alarm ging en dat het alarm waarschijnlijk is afgegaan omdat er in een van de kamers te heet is gedoucht.

Ik sta in de lift met een man uit Texas. Hij draagt ­alleen een boxershort en op zijn schouder staat een tekst getatoeëerd. 'Goodness is something chosen. When a man cannot choose he ceases to be a man'. De man kijkt naar mijn badjas en balt lachend zijn vuisten.

"Tegen wie moet je zo vechten?" vraagt hij.

"Tegen mezelf."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden