'Babyboomer drijft een wig tussen cultuursector en overheid'

Met een hoofdstedelijk evenementenbeleid in de maak moeten we volgens Daniel van Drunen een eerlijke balans zoeken tussen festivalgangers en bezwaarde buren.

Daniel van Drunen
Festival Milkshake in het Westerpark Beeld Maarten Steenvoort
Festival Milkshake in het WesterparkBeeld Maarten Steenvoort

De lokale media staan deze weken bol van een duidelijke boodschap: Amsterdam is te ver gegaan. Na vijftien jaar van ongekende successen in de bloei van de toeristische en culturele industrie, is de grens van de leefbaarheid bereikt. Leefbaarheid; een woord dat voor iedereen klinkt als een voor de hand liggend basisrecht dat we allemaal genieten. Het 'leefbaar wonen' en zijn kaders zijn op het stadhuis nog nooit zo'n heet hangijzer geweest.

Maar wat is nu de aanleiding van de ommezwaai? Bruisend Amsterdam voelt zich op het verkeerde been gezet als het terugdenkt aan twee jaar geleden, toen de fractie nog prees hoe weerbarstig Amsterdam uit de crisis is gekomen met zijn toerisme en een florerende pop-upevenementensector. Eten, feesten, dansen, speciaalbier drinken, koffie testen of wijn proeven; het kan tegenwoordig allemaal gedurende een kort gekozen moment, op een bijzonder plekje in deze stad. En op juist dát bijzondere plekje, daar broeit nu een paar jaar een interessante tegenstelling. Waar de creatieve sector de openbare ruimte ziet als het perfecte decor voor een tijdelijke ervaring, ervaart een bepaalde groep bewoners dat als een invasie in haar directe leefomgeving.

Het gevolg van dit gevoel van onleefbaarheid is duidelijk zichtbaar. Er ontstaat een sneeuwbaleffect van belangenverenigingen die steeds handiger worden in het bereiken van de clickbaithongerige pers, of minder feestgezinde politici. De beperkte demografie van de personen die zich graag mengen in de lokale politiek is overweldigend. Of je nu terechtkomt in een juridische procedure over een vergunning, of binnenloopt bij het debat van de PvdA over drukte in de stad, overal kom je de verongelijkte babyboomer tegen. Verongelijkt klinkt mogelijk wat oneerbiedig en dit geldt dan gelukkig ook lang niet voor alle mensen die geboren zijn tussen 1946 en 1966, maar er is een heel kleine subcategorie die er nu hard voor strijdt om een wig te drijven tussen de pleziersector en de overheid.

Uniform evenementenbeleid
Vanaf 1 januari 2017 zijn de sector, haar tegenstanders en de overheid in ieder geval van één praktisch probleem af. Er zal eindelijk hoofdstedelijk, uniform evenementenbeleid geformuleerd zijn, waarbij bewoners en ondernemers verlost zijn van de onduidelijkheden die heersen rondom de afwegingen van locaties, muziekvolumes en activiteitenprofielen. Afwegingen die tot dusver per stadsdeel onderling sterk verschillen.

Het is op dít moment, wanneer politici het hoofd breken om iedereen in deze tegenstelling van dienst te zijn, dat de invloed van de verongelijkte babyboomer op haar sterkst kan zijn. Ondanks dat deze groep gemakkelijk de pers of de politiek bereikt, blijft een substantiële groep sympathisanten uit. Was dit wel zo geweest, had ik deze brief als zodanig nooit willen schrijven. Dan had de zorg van een breed vertegenwoordigde bevolkingsgroep mijn idee van leefbaarheid wel doen veranderen.

Gelukkig is de realiteit dat honderdduizenden mensen van alle leeftijden en achtergronden gevormd worden door de cultuur die zij kiezen. Zij die door een continu evaluerend aanbod nooit uitgekeken zijn op deze prachtige stad. Die groep is in dit debat nog nooit betrokken, en daar is het hoog tijd voor nu de dreiging reëel wordt. Waar in de provincie al talloze initiatieven de nek zijn omgedraaid door te streng beperkende kaders, is er in Amsterdam nog een kleine zes maanden om het tij te keren. Die tijd moeten we gebruiken voor het vinden van een eerlijke balans tussen bezwaarde buren en festivalbezoekers.

Het zal de sceptische lezer niet verbazen dat dit stuk geschreven is door iemand met een belang in de culturele sector. Mijn bedrijf verdedigt het belang van achttien festivals, en dat gezegd hebbende wil ik absoluut niet pretenderen dat ik onbevooroordeeld ben. Dit gunt mij echter wel een blik op een bijzonder fenomeen. Een hoofdstedelijke lappendeken van persoonlijkheden in het publiek, op het podium en achter de coulissen, die samen ieder een unieke interactie tot stand kunnen brengen. Een perpetuum mobile van steeds vernieuwende nichevorming die qua dichtheid ongeëvenaard is in andere wereldsteden.

null Beeld Daniel van Drunen
Beeld Daniel van Drunen

Daniel van Drunen

Algemeen directeur Chasing the Hihat // Event Productions

Hetze
De PvdA mengt dit prachtige cultureel koraal onterecht in een hetze tegen explosief groeiend toerisme in haar manifest 'drukte in de stad'. Absoluut een valide constatering, maar een probleem waar evenementen niets mee te maken hebben. Een probleem waar wij als 'innovatiehoofdstad van het jaar' ongetwijfeld een prachtige vooruitstrevende oplossing voor zullen vinden.

Het schaamrood staat je als slecht vertegenwoordigde adolescent echter op de kaken, wanneer tijdens het debat in De Balie door een zaal verongelijkte babyboomers cynisch lachend wordt gescandeerd dat we af moeten van die wiet rokende, seksmuseum bezoekende proleten. Nee, geef de PvdA maar die middelbare, hoogopgeleide, vijfsterrenhotels en Rijksmuseum bezoekende toeristen. Dat zal vast een duurzaam toeristisch verdienmodel opleveren.

Keerklepregeling
De grens tussen emotie en feiten vertroebelt, en daarin bestaat een dreiging. Een mogelijk scenario waar de verongelijkte babyboomer het voor de rest van Amsterdam voor altijd zal verpesten, en dát kan ik niet laten gebeuren. Niet omdat ik dan ander werk moet zoeken, ook niet omdat ik vind dat we nog veel meer feest moeten toestaan, want een balans is door ruimtegebrek al lang bereikt. Wél omdat de stem van weinigen het plezier van velen niet in de weg mag staan.

Festivalinitiatieven zullen over de komende jaren per definitie uit de stad gedrukt worden door vastgoedprojecten in onze geprezen openbare ruimte, dus verongelijkte babyboomers, maak je geen zorgen! Een voorsprong nemen op deze natuurlijke keerklepregeling door de muziek naar fluisterniveaus te procederen en uitstekend bruikbare parken cultuurvrij te houden met eindeloze bezwaarschriften, is gewoon niet eerlijk voor de rest.

Terug naar jullie, het publiek van festivals en de bewoners die het prima kunnen verteren en Amsterdam liever niet zien vertrutten. Het is tijd om je te laten horen, en daar is nu eindelijk een methode voor. Vanuit het nachtburgemeesterschap is de eerste pro-festivalpetitie gestart, teken die. Ik ben Amsterdammer, en ik ben voor festivals.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden