Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Artistieke impotentie

Plus Theodor Holman

De door mij zeer bewonderde komiek John Cleese (Monty Python, Fawlty Towers) zei onlangs dat hij Londen niet meer herkende als een Engelse stad. Hij werd, zoals dat tegenwoordig gaat, onmiddellijk beschuldigd van racisme. Vervolgens legde Cleese uit dat het hem niet ging om ras of huidskleur maar om een cultuur die aan het verdwijnen is. Hij noemde het Englishness. Engelsheid, Engelschap, het typisch Britse.

Heb ik dat bij Amsterdam? Is Amsterdam nog wel een Nederlandse stad?

Het vreemde is dat ik de veranderingen wel zie – en zeker zijn er plekken in de stad waar ik me vroeger wel, en nu niet thuis voel – maar of ik me nog Amsterdammer voel, is voor mij geen vraag. Ja, zeer. Ik hou van de stad, hoewel ik burgemeester en wethouders een acul­tureel zooitje vind die voor mij meer de ondergang op het oog hebben dan de culturele bloei.

De Amsterdammer heeft meestal een hekel gehad aan de zittende magistratuur. Ik kom uit de tijd dat provo’s vochten tegen burgemeester Van Hall, en dat burgemeester Samkalden door de krakers werd gehaat.

Er zijn geen provo’s meer, en dus begrijp ik het heel goed dat de meeste Amsterdammers GroenLinks stemmen. GroenLinks staat niet meer voor gek, alternatief, provocatief, een vrije geest, flower­power, beter langharig dan kortzichtig, het is aan alle kanten een domineespartij geworden, elitair, met gezagsdragers die je willen voorschrijven hoe je je moet gedragen, hoe je moet denken en wat je moet vinden. Dat hoort zo bij de macht, en het enige wat ik vreemd vind, is dat kunstenaars er zich zo toe aangetrokken voelen.

Lees de volgende cultuur­motie die is aangenomen: ‘Cultuursensitiviteit een onderdeel te maken van het stedelijk kader ‘Samen Vooruit’, dit door te vertalen in de gestelde doelen van dit college en te onderzoeken hoe cultuursensitieve maatschappelijke initiatieven gestimuleerd kunnen worden door middel van subsidies.’

Tja als je dit waanzinnige Nederlands leest, deze inhoud begrijpt, dan klopt het dat het kunstleven in Amsterdam dood water is. Of is dit Amsterdamse tegendraadsheid?

Wie iemand ‘tegendraads’ vindt, zegt vooral zelf dat hij tegendraads is, maar kust de kont van de macht en de ­media. Wie zich zo laat aaien door de macht, bevestigt daarmee zijn eigen artistieke impotentie.

Dus ja, Amsterdam is veranderd. Maar de nieuwe opstandigen komen er aan. Hun groet is de opgestoken middelvinger. Hun leus:

I am Amsterdamishness.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden