Schrijvershotel

Arnon Grunberg: ‘Alles is een ritueel, juist in het hotel’

Arnon Grunberg. Beeld Jasmine Gunther/Ambassade Hotel
Arnon Grunberg.Beeld Jasmine Gunther/Ambassade Hotel

‘In een liefde zoeken de meesten een eeuwig thuisland, een enkeling echter het eeuwige reizen.’ (In einer Liebe suchen die meisten ewige Heimat. Andere, sehr wenige, aber das ewige Reisen.)

Eigenlijk had ik dit citaat van de Duitse filosoof Walter Benjamin, die op 26 september 1940 in Portbou zelfmoord pleegde, als motto bij mijn nieuwe roman willen opnemen, maar het past nog beter bij een reeks verhalen over het Ambassade Hotel in Amsterdam, daarmee indirect over alle hotels, het hotelwezen zelf.

Hoe moeten wij een eeuwig thuisland begrijpen in de context van de liefde voor een persoon? Zou al het nationalisme een toevluchtsoord zijn voor mensen die tevergeefs hun eeuwige thuisland zochten in een mens en toen dat op een teleurstelling uitliep zich maar hebben gewend tot het land waar ze toevallig geboren zijn? Nog afgezien van de vraag welke liefde precies eeuwig is.

Vermoedelijk is het goed de hartstocht, die graag geconsumeerd wordt op hotelkamers, te scheiden van liefde, die eerder een onderkomen zoekt in woon- en slaapkamers, vestibules en opberghokken. Het is een menselijke eigenaardigheid, en een tragische, om hartstocht met liefde te verwarren, zoals wij ook graag geloven dat vrijheid en gelijkheid hetzelfde zijn, op zijn minst dat het een tot het ander leidt.

Ik heb niet alleen in de liefde, maar ook in het schrijven, in het leven het eeuwige reizen gevonden. Waarbij ‘eeuwig’ weinig anders hoeft te betekenen dan levenslang.

Als de liefde verbonden is met de behoefte een thuis te vinden, wat dat woord ook moge betekenen, én met het verlangen te reizen, wat wel moet betekenen dat men het metaforische thuisland verlaat, dan kan het niet anders dan dat het hotel een symbiose is van reis en thuis, heimat en exil. Een compromis dus, maar ook een katalysator. Het verlangen wil grenzen overschrijden en het is precies het grenzeloze karakter van het hotel dat ons aanmoedigt dat ook te doen.

Grenzeloos, omdat het hotel een tussenstadium is. Kamer 93, kamer 18, men noemt het zijn kamer, maar over een paar dagen woont er iemand anders.

Het is toneel zoals het restaurant toneel is, alles is een ritueel, juist in het hotel, maar het ritueel heeft een hoog werkelijkheidsgehalte, het voert ons naar het leven, naar de sensatie van sterfelijkheid en tijdelijkheid, die vermoedelijk een voorwaarde is om überhaupt te kunnen verlangen naar een eeuwige heimat.

Schilderes Charlotte Salomon, die op 10 oktober 1943 in Auschwitz werd vermoord, stelde de vraag: ‘Leben? Oder Theater?’ Het hotel, als instituut, als opvangcentrum, als ziekenhuis, als toevluchtsoord, als schuldige plek en als onderduikadres, als kerk en als laatste illusie (de kamers van de andere gasten bevatten de levens die wij hadden kunnen leven) antwoordt: Leben und Theater.

Het Ambassade Hotel meer nog dan andere hotels.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt wekelijks een auteur uitgenodigd voor een verblijf in het Ambassade Hotel en daar te beschrijven hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden