Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Arib is zoals een progressief politica moet zijn

PlusNatascha van Weezel

Op 13 april 2019 ging de telefoon. Mijn vader was twee dagen daarvoor overleden. Ik voelde me alsof ik door een truck was overreden. De drukte van een jaar ziekbed was opeens voorbij. In plaats daarvan heerste er een oorverdovende stilte en hoefde ik plotseling niets meer. De zorgtaken waren klaar, net als de angst voor slechte uitslagen van MRI-scans.

Eigenlijk had ik geen zin om de telefoon op te nemen. Maar ja, ik had nergens zin in: niet in eten, niet in wandelen, niet in praten. In een reflex drukte ik toch op het groene knopje.

Ik hoorde een vriendelijk stem. Het was de voorzitter van de Tweede Kamer: Khadija Arib.

Ze had het idee opgevat om een herdenkingsdienst te organiseren voor mijn vader, tijdens de eerstvolgende plenaire bijeenkomst van de Kamer. Ze wilde weten of mijn moeder en ik dat zagen zitten. Ik dacht even na. Dat zou betekenen dat ik mijn bed moest uitkomen en me zou moeten aankleden. En dat ik naar Den Haag zou moeten afreizen. Een wandelingetje naar het toilet voelde op dat moment al als een marathon, dus hoe moest ik dat in godsnaam doen? Tegelijkertijd wist ik dat mijn vader het fantastisch zou hebben gevonden, een herdenking speciaal voor hem op de plaats waar hij het allerliefste kwam, dus zei ik volmondig: “Ja”.

Drie dagen later zat ik met mijn moeder en ooms op de bekende blauwe stoelen. Arib hield een prachtige speech, waarin ze mijn vader liefdevol, adequaat en scherp beschreef. Daarna stond de hele Kamer op voor een minuut stilte. Het was een prachtig eerbetoon, daar in dat gekke parlementsgebouw. Heel even voelde het niet meer alsof ik door die truck was overreden.

Arib heb ik sowieso altijd een bijzondere vrouw gevonden. Het voorbeeld van een progressieve politica zoals die zou moeten zijn: sociaal, wijs en strijdbaar. Ze kwam op haar 15de naar Nederland, als kind van gastarbeiders. In 1989 werd ze opgesloten in een Marokkaanse gevangeniscel, omdat ze actievoerde voor de rechten van Marokkaanse vrouwen. Als Kamerlid zorgde ze ervoor dat er een Kinderombudsman kwam, maar het meest opmerkelijke moment beleefde ze misschien wel als voorzitter. Tijdens een discussie tussen Arib en Kathalijne Buitenweg kwam CDA’er Chris van Dam tussenbeide: “Als twee vrouwen van mening verschillen, moet ik me daar als man in mengen,” stelde hij. Arib eiste dat hij deze opmerking terugnam én zijn excuses aanbood. Dat deed hij – uiteraard – met hangende pootjes.

Bij het ‘nieuwe leiderschap’ hoort kennelijk een nieuwe voorzitter. Vera Bergkamp gaat het vast ook goed doen. Toch ga ik Khadija Arib vreselijk missen. Voor mij was ze altijd al een ijzersterke politica en een grappige doch faire Kamervoorzitter. Maar sinds 13 april 2019 is ze voor mij bovenal een mensch.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden