Gijs GroentemanBeeld Artur Krynicki

Apple heeft mij in zijn macht

PlusGijs Groenteman

Als men een nieuwe iPhone koopt, wordt er een gloednieuw snoertje bij geleverd. Het is, zoals elk Appleproduct, verpakt als een juweel. Perfect opgerold, met een mooi papiertje bij elkaar gehouden, op zijn eigen plekje in het overheerlijke doosje waarin de nieuwe iPhone zit.

Maar snoertjes raken kwijt of gaan kapot. Er komt een raar knakje in bij het stekkertje, waardoor er ineens allemaal staalwol en vaag koper uitsteekt – alsof snoertjes ingewanden uitstulpen. Het snoertje werkt dan nog wel, gek genoeg, maar het voelt alsof jij en je iPhone nu elke moment geëlektrocuteerd kunnen worden. Ineens begeeft het snoertje het. Of je raakt het kwijt: grist het mee van zijn vertrouwde plek in de keuken omdat je vergeten was de telefoon op te laden, waarna je het laat liggen in de Coffee Company en het nooit meer terugziet.

Dan zit je zonder snoertje.

In de Applewinkel blijkt een nieuw snoertje 25 euro te kosten (vijfenvijftig gulden!!!, rekent vader snel uit). Noem me een calvinist, noem me een krent, maar ik vind het dus onverdraaglijk om zoveel geld te ­betalen voor een piepklein snoertje. Ik ben dan wel opgevoed met het taalkundig kromme maar toch zeer rake adagium ‘goedkoop is duurkoop’ – dit gaat mij toch te ver.

De zoektocht naar een ander, goedkoop snoertje lijkt eenvoudig. Overal zijn ze te koop. Van de Hema tot Bol.com, de nep-Applesnoertjes lachen je toe, voor allerlei schertsbedragjes. Soms zien ze er kleurig kolderiek uit, soms zijn ze niet van het sobere, witte Applekabeltje te onderscheiden.

Eén ding hebben ze gemeen: een dag of twee doen ze het prima, daarna niet meer. Het is raadselachtig, maar alras verliest het goedkope nepsnoertje zijn bite en blijft ie amper meer in zijn ingangetje zitten. Je moet je telefoon in een ongemakkelijke positie leggen, het snoertje er met kracht inrammen en telefoon en snoertjes daarna niet meer aanraken om het gewenste bliksemschichtje in het batterijtje te doen verschijnen – teken dat de iPhone oplaadt – maar dat verdwijnt meestal snel.

Frustratie! Hoe kan het dat snoertjes die er precies zo uitzien als de echte, niet gewoon wérken?! Hoe moeilijk kan het zijn om een deugdelijk namaaksnoertje te maken?!

Wekenlang liep ik rond met een amper opgeladen telefoon, scheldend op de nepsnoertjes. Koppig heb ik stapels nieuwe goedkope exemplaartjes gekocht, zonder enig succes.

Vanochtend ben ik gezwicht. Ik ben naar de Applewinkel gegaan en heb twee officiële snoertjes gekocht, à 50 euro. Woedend. Daar ga ik nu mijn naam op zetten, ik ga ze koesteren en ik ga ze nooit meer kwijtraken.

Ondertussen realiseer ik mij dat Apple mij in zijn macht heeft, dat ik afhankelijk ben van dat idiote bedrijf en tot in lengte van jaren bakken geld naar ze toe zal brengen.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column. Lees al zijn bijdragen in het archief.

Reageren? gijs@parool.nl.

Lees ook:
Op1 en Jinek: allebei saai, maar Op1 is elke dag iets ánders saai
We hebben Jaap van Zweden nodig
Waarom mag Harry de Winter zijn oude prakje opwarmen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden