Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Ansichtkaarten met hondjes

Plus Theodor Holman

‘Ik wist niet dat ze een dochter had,” zei ik.

We hadden afgesproken in een café van vroeger. Het viel me op dat er allemaal leeftijdgenoten zaten en zij bekeek het interieur van het dranklokaal ook of het een museumstuk was.

“Ik ben dus haar dochter.”

“Mag ik vragen hoe oud je bent?”

“Veertig,” zei ze.

Ze wilde meteen ter zake komen en haalde een Albert Heijntas tevoorschijn waaruit een kleiner plastic tasje kwam, en daarin zaten ze: mijn liefdesbrieven.

“Het zijn er negen. Ik heb geen kopieën gemaakt. Ik heb ze… Ik heb er drie gelezen.”

Haar stem klonk of ik destijds iets te veel pornografische passages aan het brief­papier had toevertrouwd en ik wist niet of ik de mededeling aardig vond of juist niet. Maar ik begreep het wel.

Op mijn beurt haalde ik twee ansichtkaarten tevoorschijn. Het waren kaarten van honden. Op de achterkant van de ene kaart stond naast mijn adres ‘woef’ en op de andere ‘waf’. Ook geen porno, hoewel…

“Ik had met je moeder afgesproken dat ze me ansichten van hondjes zou sturen…”

“Hondjes…”

“Ja, zoals ik al door de telefoon zei.”

“Waren die woef en waf een code of zo?”

Dat was een slimme vraag, en het was terecht dat ze woef en waf uitsprak alsof het om een boekje voor peuters ging.

“Nee,” loog ik.

De woef en de waf waren wel degelijk onderdeel van geheime, erotisch getinte boodschappen, maar ik had geen zin dat uit te leggen. Ze waren bedacht in een zwoele nacht met wat flessen wijn rond het bed en een pick-up waarop de hele nacht The Outsiders draaide.

“In de brieven die ik heb gelezen was u erg verliefd op mijn moeder.”

Schaamrood trok op, want ik was destijds niet verliefd en ik had geen idee meer wat ik had geschreven.

“Ja,” zei ik dromerig.

“Maar ze was niet verliefd op u.”

“Zeg maar je,” zei ik, en ik haalde met een droevig gezicht mijn schouders op alsof haar moeder de liefde van mijn leven was geweest.

“Nou, hier hebt u uw brieven terug, en houdt u die ansichten maar.”

Ze weigerde ‘je’ te zeggen.

“Wanneer is ze gestorven?” vroeg ik.

“Bijna twee jaar geleden.”

Na een tijdje zwijgen – ze keek in haar telefoon – toonde ze me opeens een foto van Marleen in haar kist.

Pathetische haat was blijkbaar erfelijk.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden