Opinie

'Amsterdamse architectuur moet beter worden beschermd'

Er wordt weer op ongekende schaal gesloopt in Amsterdam. Wetenschappers van de UvA roepen op tot betere bescherming van de Amsterdamse architectuur.

Nieuwmarktbuurt, 1975, waar sloop diepe wonden sloeg Beeld Hans Steinmeier/ANP

'In gelul kun je niet wonen'. Wie kent deze uitspraak van Jan Schaefer niet? De stadsvernieuwing van de jaren zeventig en tachtig bracht velen verbeterde woonomstandigheden, maar de wijze van uitvoering met grootschalige sloop en nieuwbouw is niet onomstreden.

Weinigen vinden dat de stad er toen mooier op is geworden. Niet voor niets is het beleid in de jaren negentig veranderd naar 'behoud en herstel'. Maar vooral het behoud staat toenemend onder druk.

Eind 2017 legden twintig panden in de Eerste Oosterparkstraat (88-126) van wooncoöperatie Stadgenoot het loodje. In 2008 sloopte De Key in dezelfde straat vijf panden, en twee straten verderop gebeurde in 2012 hetzelfde met twaalf panden van Ymere (Derde Oosterparkstraat 44-66). Huizen 'op stand' uit gerenommeerde stijlperiodes zijn niet veilig.

Lege huls
In 2016 ging een villa van de Amsterdamse Schoolarchitect Westerman aan het Albert Hahnplantsoen tegen de vlakte. Hiermee verdween een markant gebouw uit het stadsbeeld en werd een gat geslagen in een nog vrijwel gaaf stedenbouwkundig ensemble van jarentwintigvilla's.

Iets verderop in Oud-Zuid werd, onder veel gemor, de Valeriuskliniek vervangen door appartementen. Het spontane protest tegen de 'verminking' van Oud-Zuid (met name sloop achter de gevels), bereikte de afgelopen weken een hoogtepunt.

En dit zijn nog maar paar, lukraak gekozen, voorbeelden. Rapporten als Verbeteren in plaats van slopen (Ministerie van VROM, 2007) of beloftes van het stadsbestuur om (huur-) woningen te behoeden voor sloop ('Amsterdam roept sloop huizen en monumenten een halt toe', Het Parool, 15 maart 2016) doen daar weinig aan af.

Overheden hebben in de praktijk geen grip op particulieren of woningcorporaties. Succesvol beleid in het Centrum om de historische 'orde 2'-panden, die geen monumentenstatus hebben, toch tegen sloop te beschermen, is in de andere stadsdelen zo afgezwakt dat deze status een lege huls is geworden.

Kaasstolp
Dit is geen pleidooi voor behoud koste wat kost, wij willen geen kaasstolp over Amsterdam. Wat ons zorgen baart, is de ongekende schaal waarop nu wordt gesloopt en het gemak waarmee dit gebeurt. De argumenten zijn steeds dezelfde: 'de woning voldoet niet meer aan de hedendaagse eisen', 'renovatie is te kostbaar', en ­'bewoners willen ook sloop'.

Elk gebouw heeft van tijd tot tijd een opknapbeurt nodig, zeker oude huizen, maar wijken als De Baarsjes laten zien dat dat prima zonder sloop kan.

Het argument dat de bewoners sloop ondersteunen wordt vaak gebezigd, maar zelden goed onderbouwd. Volgens Eigen Haard was 88 procent van de bewoners voor de sloop van de jarentwintighuizen aan de Kramatweg (10-18) in Oost. Maar onduidelijk is hoeveel mensen bevraagd zijn, wat de respons was en wat respondenten werd beloofd.

In het geval van de 48 Piggelmeewoningen van Stadgenoot in West viel de enquête 'verkeerd' uit en wensten bewoners behoud. Onder veel protest gingen de woningen toch tegen de vlakte.

Lucratieve nieuwbouw
Dat renovaties te kostbaar zijn, is zeker met de Amsterdamse vierkantemeterprijzen natuurlijk niet waar. Wel kan er meer verdiend worden door nieuwbouw na sloop: de huur kan omhoog, vaak verdwijnt een deel van de sociale huurwoningen en er worden vierkante meters gewonnen door kelderbakken en/of extra verdiepingen toe te voegen. Allemaal lucratief.

De sloophamer die in een keer halve straten met de grond gelijkmaakt en die we associëren met de stadsvernieuwing uit de jaren zeventig en tachtig is daarmee helemaal terug. Projectontwikkelaars willen geld verdienen of spiegelen woningcoöperaties voor hoe ze dat kunnen doen en bewoners hebben de puf niet meer om de straat op te gaan.

We roepen monumentenzorg en de stads­delen op de bestaande beleidsinstrumenten om sloop tegen te houden daadwerkelijk toe te passen, en waar nodig aan te scherpen. Slopen is zó gebeurd, het is een stap die nooit meer ongedaan kan worden gemaakt. Daar verandert de spijt die vroeger of later volgt, niets aan.

Amsterdams historische architectuur verdient daarom een zorgvuldiger en daadkrachtiger beleid.

Hanneke Ronnes en Wouter van Elburg (cultuur­wetenschappen), Petra ­Brouwer en Vladimir Stissi (architectuur­geschiedenis), ­Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.