Plus Column

Amsterdammers in het buitenland zijn een slag apart

Thomas Acda Beeld Wolff

Amsterdammers in het buitenland zijn een slag apart. Ben je er zelf een, dan herken je ze onmiddellijk. Ze staan rustig op een markt in Lima met een guitig marmottentelerspetje in de hand aan de verkoper van dienst uit te leggen dat het gevraagde bedrag niet alleen belachelijk is, maar waarschijnlijk nog strafbaar ook.

Meestal wordt er dan en passant de Tweede Wereldoorlog bijgehaald en in één moeite door bepaald welke kant de onthutste hoedjesverkoper waarschijnlijk had gesupporterd.

In Frankrijk hebben de Amsterdammers ook lol. Uiteraard begrijpen ze best dat de andere bezoekers, die elk aangeboden ­bodempje wijn weer uitspugen, heus niet elke wijn smerig vinden. Ze genieten gewoon van de verbouwereerde koppen van de wijnboeren als ze in een teug het bloed van de natie achteroverslaan en vervolgens meteen om een nieuwe bedelen.

Ook hier zal de geschoolde stadsbewoner niet nalaten zich hardop af te vragen 'hoe ver we hier nou eigenlijk van de Vichy-lijn ­zitten'.

Op de camping hebben we sinds de jaren vijftig onafgebroken gezeurd om Hollandse spullen in die kleine kutcampingwinkel, met als gevolg dat je er allang niet alleen pindakaas en hagelslag kunt kopen, maar ook hele ossenworsten.

En elke keer wordt oma, die in de winkel staat omdat die ­Ollanders geen Frans spreken en oma het toch niet meer kan horen, doorgezaagd over waar ossenworst uit bestaat.

'Flees! Fiande. Echte fiande, compris? Niet dat slachtafval waar jullie die gore worsten van maken!'

Oma lacht nog maar eens een tandeloze glimlach en neemt zich voor de zoveelste keer in haar 105-jarige bestaan voor toch eens in Amsterdam te gaan kijken. Moet een mooi gezicht zijn, zoveel van die roze rauwvleesverzetshelden bij elkaar. Al vraagt ze zich af waarom die oorlog daar toch ook nog vijf jaar duurde.

In Italië schromen we niet de plaatselijke middenstand te wijzen op hun bijdrage aan de oorlog met Mussolini.

Terwijl we weer uren in de file voor de Gotthardtunnel staan, wordt de neutraliteit van Zwitserland steevast bestempeld als de meest laffe houding ooit.

Op de een of andere manier is de Tweede Wereldoorlog hét communicatievehikel geworden om in het buitenland aan de zich daar ophoudende binnenlanders uit te leggen wat er allemaal aan schort. Wat jammer dat dit geen taalrubriek is, anders was ik daar graag dieper op ingegaan.

Maar ik moet naar het buitenland. Ongetwijfeld betrap ik mezelf al snel op het aan Spanjaarden uitleggen hoe fout Franco wel niet was. Omdat ik twintig euro voor een bord gele aangekoekte bakrijst met één garnaal te duur vind. Soms schaam ik ons een beetje.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden