Opinie

'Amsterdam, wat is er met je gebeurd?'

In het Amsterdam van nu verlangt bewoner Sandra Donker naar het door Ed van der Elsken gefotografeerde Amsterdam: ruig, vuig en viezig. Portretten uit een ander universum.

Er zijn héél veel toeristen in Amsterdam. Nou, eigenlijk zijn het er bizar veel. Beeld ANP

Ik geef hier geen waardeoordeel, want voor je het weet word je weggezet als provinciaal uit Monnickendam, maar er zijn véél toeristen in Amsterdam. Er zijn héél veel toeristen in Amsterdam. Nou, eigenlijk zijn het er bizar veel.

Het was vrijdagochtend, het was september, het spetterde, ik dacht een enigszins toeristenluw buurtje te hebben uitgezocht, maar alle bordjes in de hippe winkeltjes waren ook hier in het Engels, er stond een schaaltje met 'licorice' op de toonbank, 'try it, it's for free'.

De dame achter de kassa keek op met verraste blik toen ik vroeg of ik kon betalen, gewoon, als in 'kan ik afrekenen?' Ja dat kon, antwoordde ze vriendelijk maar ook met verbazing in haar stem, misschien dacht ze dat ik was verdwaald.

Buiten kwam ik terecht in een kluwen Britse mannen van wie er één een rode cape tot aan de grond droeg, met weinig eronder, of beter gezegd zo goed als niets, met uitzondering van een glimmende rode boxershort, en er was een briefje op zijn rug vastgespeld; ik vermoed dat er stond dat hij de vrijgezel was en dat je hem vol op de mond mocht zoenen als je het las, daarom las ik het maar niet.

Meepraten? Dat kan onder dit bericht op Facebook.

Ze vroegen waar de Bulldog was, maar dat was nog best een eindje lopen dus ik zei dat ze het verderop nog maar eens moesten vragen.

Zongedroogde tomaat
In een café bestelde ik koffie en een bagel, het meisje vroeg 'what kind of bagel', en aangezien ik niet meteen op de Engelse vertaling van een sesambagel met zongedroogde tomaat creamcheese en avocado kon komen, antwoordde ik in het Nederlands.

Ik veronderstelde dat ze daar wel wijs uit zou worden, maar even later stond er een andere bedienaar aan mijn tafel met de vraag of ik iets wilde bestellen.

Het gaf allemaal niets want iedereen was vriendelijk deze ochtend, ik wandelde door een wolk van Japanners, Italianen en Amerikanen via het Spiegelkwartier naar het Stedelijk.

Onder het fietstunneltje van het Rijks speelde een Russisch kwartet Vivaldi met contrabas, viool, accordeon en een mij onbekend instrument dat ik voor het gemak een balalaika zal noemen, wat het niet was; het was een reusachtige driehoekig snaarinstrument bespeeld door een frêle meisje.

Het klonk alsof het halve Concertgebouworkest er stond te galmen, werkelijk prachtig, maar toen ze de Air Suite van Bach inzetten, liep ik gauw verder omdat mijn moeder dat vroeger vaak draaide als ze aan het opruimen was en de tranen me opeens in de ogen sprongen.

Grofkorrelig zwart-wit
Misschien was het onbewust een verlangen naar een tijd die voorbij is, dat ik in het Stedelijk het fotoboek Amsterdam! van Ed van der Elsken kocht, het stond al lang op mijn lijstje en dit leek me een mooi moment. De stad tussen 1947 en 1970 in grofkorrelig zwart-wit.

Portretten uit een ander universum leken het, natte lege straten, wilde feesten, krakers, armoede, dynamiek. Je hoort mij niet zeggen dat het toen allemaal beter was, het was ook ruig en vuig en viezig. Maar god, Amsterdam, wat is er gebeurd?

Ik slenterde binnendoor terug richting Leidsestraat. Achter mij hoorde ik iemand 'Dank, dame' zeggen, maar ik sloeg er geen acht op. "Ik liep achter je aan, anders was ik niet in deze straat gekomen. Ik ben hier al een tijdje niet geweest."

Hij kwam naast me lopen met de onvaste tred van iemand die te lang van de heroïne heeft gesnoept. Zijn broek was kreukelig, zijn shirt was kreukelig, zijn hoofd was kreukelig. Hij rook naar wiet maar lachte vriendelijk. Met een beetje fantasie had hij veertig jaar geleden in het boek van Van der Elsken kunnen staan, hij was een anachronisme in de opgehipte stad.

We liepen onbedoeld een eindje op. "Kijk, tijgerprint, het mag weer," wees hij naar een passant met wilde blouse. Ik mompelde dat in Amsterdam alles altijd mag, toch? Hij zei dat hij een legging had in tijgerprint. "Maar die draag ik alleen binnenshuis." Schaterlach.

Ik zei dat hij hem 's winters wel aan kon doen onder zijn broek als het koud was. "Nee!" riep hij uit. "Als ik dan een ongeluk krijgt, ziet iedereen hem." Weer die lach.

Hij neuriede een liedje, slalomde tussen de toeristen door. Bij het kruispunt sloeg ik af, hij ging rechtdoor, zijn rusteloze tocht door de stad vervolgend. "Dag!" zei hij.

Ik zwaaide.

Sandra Donker, journalist
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden