Opinie

‘Amsterdam verdwijnt achter glazen muren’

Amsterdam is achter glazen muren aan het verdwijnen, schrijft Jona de Jong. Steeds meer mensen voelen zich vreemdeling in hun eigen stad, die voor hen te duur wordt.

Veel spullen in de Bijenkorf zijn onbetaalbaar voor de gemiddelde Amsterdammer.Beeld Hollandse Hoogte / Sabine Joosten

De Bijenkorf werd dit jaar 150. Ik heb warme herinneringen aan het warenhuis in het hart van de stad. In mijn jeugd was het een behaaglijke, geurige winkel met schitterende etalages en kerstversieringen. Tijdens de Dwaze Dagen kocht ik er mijn eerste overhemd: een mooi, lichtblauw geval dat ik maar nét kon betalen.

Na acht jaar buiten de stad, keerde ik twee jaar geleden terug. Onlangs bezocht ik de Bijenkorf en wist niet wat me overkwam. Tegen een achtergrond van marmer en goud stonden massa’s kapitaalkrachtige toeristen. Een jas – het Gucci Longline Puffer Jack met logodessin en afritsbare capuchon, die eruitzag alsof de maker zich eerst had gelaafd aan de truffels om de hoek, om vervolgens zijn schaar in een oude kampeertent te zetten – kostte 2,5 maand bijstand.

Een handtas – de Valentino Supervee Oversize Clutch van kalfsleer – leek zo van de grote bazaar in Istanboel geplukt, maar stond te koop voor een gemiddeld maandinkomen van een inwoner van de Transvaalbuurt, op tien minuten stevig fietsen afstand.

De wansmaak blijkt bewust beleid. Vanaf 2011 is de Bijenkorf zich gaan richten op het hogere segment. Sindsdien is het warenhuis ontoegankelijk voor de meeste mensen. Zo schafte het in 2016 de Drie Dwaze Dagen af. Die werden niet langer in lijn geacht met de ‘premium experience strategie’.

Patserige winkels

De ontwikkeling van de Bijenkorf is een symptoom van een groter probleem: steeds meer delen van de stad verdwijnen achter glazen muren. Onbetaalbare huizen en schaamteloos patserige winkels en restaurants fonkelen brutaal achter deze etalageruiten, onbereikbaar voor Nederlanders met een gewoon inkomen.

Er bestaat nu bijvoorbeeld een penthouse dat meer kost dan een gemiddeld Nederlands jaarinkomen, per vierkante meter. Er is een groeiend aantal winkels en restaurants waar vrijwel niemand iets kan kopen. En met een gemiddelde huizenprijs van bijna viereneenhalve ton, staat er eigenlijk één grote glazen muur om heel Amsterdam.

Ook binnen de stad is de ongelijkheid enorm. Terwijl het aantal miljonairshuishoudens al jaren stijgt, heeft Amsterdam het op een na hoogste percentage arme inwoners en loopt 15,4 procent van de kinderen risico op armoede. En we hebben de op een na hoogste vermogensongelijkheid van Nederland.

De wereld achter de glazen muren is pijnlijk zichtbaar voor haar voormalige bewoners. Onlangs vertelde een kapster me over een lunch met haar vader in Amsterdam-Noord, waar ze was opgegroeid. Ze zaten bij ‘zo’n hippe tent’, bestelden patat en toen de ober haar vroeg of ze niet toevallig ‘frietjes’ bedoelde, voelde ze zich een vreemdeling in haar voormalige thuishaven. Hetzelfde geldt voor zo veel leraren, agenten en kleine ondernemers die de afgelopen jaren de stad moesten verlaten.

Amsterdam heeft haar welvaart mede te danken aan haar toegankelijkheid. Het is altijd een stad geweest waar mensen met verschillende achtergronden en overtuigingen door elkaar heen leefden. Dat brengt frictie, maar ook creativiteit en dynamiek. Glazen muren, aan de andere kant, kweken monocultuur en longline puffer jacks.

Gedurfd beleid

Te vaak wordt vergeten dat wij met zijn allen de stad ontwerpen waarin we willen leven. Als voldoende mensen de glazen muren willen afbreken, dan kunnen de glazen muren kapot. Dat vergt gedurfd beleid en politici die niet bang zijn om te experimenteren met nieuwe ideeën.

In Berlijn bevriezen ze de huren. In de Engelse stad Preston doen scholen en ziekenhuizen hun aankopen en aanbestedingen zo veel mogelijk lokaal, als onderdeel van een gigantisch programma om welvaart binnen de stad te houden en lokaal, sociaal ondernemerschap te stimuleren. In Amsterdam kunnen we bovendien een zelfbewoonplicht invoeren, woekerwinsten op huizenbezit verbieden, middeninkomens voortrekken en bedrijven weren die niets bijdragen aan de stad. Pas dan wordt Amsterdam weer een stad voor alle Nederlanders. En volgt de Bijenkorf vanzelf.

Jona de Jong is historicus en jurist. Sinds september is hij als promovendus verbonden aan het European University Institute in Florence.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden