Plus Om de wereld

Amsterdam-Noord zonder De Volewijckers, dat kan niet

In de rubriek 'om de wereld in 800 woorden' één kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Door Max Pam en Paul Brill. Deze week: naamsverandering.

De Volewijckers werden in 1971 kampioen van de tweede divisie. Beeld Nationaal Archief

Pam

De wil bij de mens om van identiteit te veranderen, heeft altijd bestaan en de eenvoudigste manier om dat te doen, is door het aannemen van een andere naam. Zo had ik ooit een oom die Kiesman heette.

Dat was een afkorting van Augurkiesman, een Joodse naam die je in Tweede Wereldoorlog maar beter niet kon dragen, en eigenlijk daarna ook niet. Eerst heeft de familie het nog geprobeerd met een streepje: Augur-Kiesman. Als je dat uitspreekt als Augúúr Kiesman klinkt het zelfs adellijk, maar bij koninklijk besluit hebben de meesten na de oorlog toch hun naam laten verkorten tot Kiesman.

Het kan zijn dat een roos even lekker ruikt bij elke andere naam, maar de gedachte dat een mooie naam ook een mooi mens maakt, is zo gek nog niet. En dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor voetbalclubs. Mijn hart sprong open toen ik las dat de naam De Volewijckers terugkeert in het amateurvoetbal. Door fusies is de club d.v.c. Buiksloot gaan heten, een naam waarbij je voetbalbroek afzakt. Want laten we eerlijk zijn: Amsterdam-Noord zonder De Volewijckers, dat kan helemaal niet!

In Amsterdam is het tegenwoordig alles Ajax wat de klok slaat, maar dat is niet altijd zo geweest. Ook Blauw-Wit, DWS en de Volewijckers zijn Amsterdamse clubs die in de eredivisie hebben gespeeld, net als de latere fusieclub FC Amsterdam. Het hoogtepunt kwam in seizoen 1961/1962, toen Blauw-Wit na Feyenoord en PSV als derde eindigde, net vóór Ajax. De Volewijckers werd toen elfde, DWS zestiende.

In dat seizoen ben ik met mijn vader naar de wedstrijd De Volewijckers-Blauw-Wit (3-3) geweest, want wij waren thuis Blauw-Witaanhangers. Wat een geweldig stadionnetje was dat op het Mosplein! Terwijl de mannen in hun jassen en met hun petten op langs het veld stonden, keken rondom de bewoners mee vanuit hun huizen. Zoiets bestaat alleen nog in Engeland. Nooit meer heb ik zo'n ware voetbalsfeer geproefd.

De Volewijckers zijn mij altijd sympathiek gebleven. In 1944 werd de club voor de enige maal in haar geschiedenis landskampioen door in de finalepoule Abe Lenstra en zijn Heereveen met 4-1 te verslaan.

In die oorlogsjaren vochten De Volewijckers met de communist Gerben Wagenaar in de gelederen menige knokpartij uit met de aanhang van de Haagse 'naziclub' ADO. Volgens Frits Barend, die samen met Henk van Dorp voor Vrij Nederland twee legendarische bijlages schreef over sport in de oorlog, lag het allemaal minder zwart-wit en had je wel degelijk ook ADO-supporters die 'goed' waren.

Niettemin, de Volewijckers terug in het voetbal, terug op het Mosplein en terug naar de eredivisie!

Max Pam

De naam van footballteam Redskins heeft een stigmatiserende inslag, zegt een keur van prominente Native Americans. Beeld epa

Brill

Een van de leukste films aller tijden is One Two Three van Billy Wilder, die zich afspeelt in het Berlijn van pal vóór de bouw van de Muur. De film uit 1961 zit vol met grappen die nu vermoedelijk niet meer zouden mogen en daarom smaken als verboden vruchten. Saillant detail: hij mocht tot medio jaren tachtig niet worden vertoond in Finland uit angst dat Moskou er aanstoot aan zou nemen.

Een van de meest hilarische scènes speelt zich af in een Oost-Berlijns hotel, waar een schlemielig bandje zich door melige hits uit de jaren dertig worstelt. Door toedoen van een hitsige West-Duitse dame verandert de sfeer volledig, en dan blijkt dat ook het hotel door de jaren heen menige metamorfose heeft ondergaan.

Van Grand Hotel Bismarck naar Grand Hotel Göring naar Grand Hotel Potemkin. Wanneer benevelde Sovjetfunctionarissen met hun voeten beginnen te stampen, valt een groot portret van Chroesjtsjov uit de lijst, waarachter Stalins beeltenis tevoorschijn komt.

Regisseur Wilder mocht graag de spot drijven met de cover-up van het recente verleden. Vanwege zijn Poolse afkomst had hij daar een speciale antenne voor en in Hollywood konden ze er ook wat van. Voor filmsterren was het de gewoonste zaak van de wereld om een andere naam aan te nemen als hun eigen naam te buitenlands klonk voor het grote publiek.

Die tijd is voorbij, maar naamsverandering blijft in Amerika aan de orde van de dag. Tegenwoordig vooral om raciale en etnische gevoeligheden te ontzien. De controverses zijn het heftigst op de universiteiten, waar bijna elk complex is vernoemd naar een rijke geldschieter. Maar veel vroegere mecenassen voldoen niet aan de hedendaagse morele standaarden, dus wordt er voortdurend geageerd voor andere benamingen.

Ook de sport ontkomt er niet aan. Zo wordt er al vele jaren getwist over de naam van het professionele American Footballteam in Washington, de Redskins. De naam heeft een stigmatiserende inslag, zegt een keur van prominente Native Americans. Illustere progressieven, tot en met Barack Obama, hebben zich geschaard achter een oproep de naam te wijzigen.

Maar de eigenaar van de Redskins geeft geen krimp. De naam is juist een hommage aan de indiaanse bevolking, is zijn verweer. En hij beroept zich op opiniepeilingen die uitwijzen dat de meeste Amerikanen, Native Americans incluis, er geen moeite mee hebben.

Hij is zich er allicht ook van bewust dat instituties taai zijn. In 1958 werden de Brooklyn Dodgers (honkbal) door hun eigenaar verkast naar Los Angeles en omgedoopt tot de Los Angeles Dodgers. Maar nog steeds kun je oudere New Yorkers horen verzuchten dat het eigenlijk de Brooklyn Dodgers zijn.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden