Patrick MeershoekBeeld Artur Krynicki

Amsterdam mort, waar het eens heeft gelachen

PlusPatrick Meershoek

Mijn grootmoeder van vaders kant had geen gemakkelijk leven, maar ze was taai en wist zich in de rug gedekt door een heel peloton rooms-katholieke bescherm­heiligen, bij wie zij in tijden van nood altijd mocht aankloppen. Een zuster met nierstenen, een onvindbare bril, het verlies van een baan: ze namen alles in behandeling.

In onze tijd en onze stad is een deel van dat takenpakket overgenomen door de gemeente. Sinds enkele jaren kent Amsterdam de zogeheten ‘melding openbare ruimte’, de mogelijkheid voor burgers om digitaal aangifte te doen van een kapotte straatlantaarn, een volle con­tainer of ander ongemak in de buurt.

Het morloket blijkt in een behoefte te voorzien. In 2019 kreeg de gemeente in totaal 278.784 meldingen binnen. Ik vind het een duizelingwekkend aantal. Het komt erop neer dat gemiddeld elke twee minuten, dag en nacht, ergens in de stad iemand achter de computer kruipt om melding te doen van de ene of de andere misstand.

Ik was nieuwsgierig hoe het de afgelopen maanden was gegaan met de digitale klaagmuur. Geen toeristen, geen festivals, geen vliegtuigen: om mij heen maakten mensen melding van een heil­zame rust. Wat blijkt? Het aantal klachten bij de gemeente is enorm toegenomen. In april kwamen 35.513 meldingen ­binnen, ruim 10.000 meer dan in april vorig jaar.

Ja, probeer daar maar eens chocola van te maken. Een ­theorie is dat veel mensen na de uitbraak van corona thuis duimen zaten te draaien en, al dan niet in opdracht van de partner, naar buiten zijn gestuurd om te controleren of alle lantaarnpalen in orde zijn en of de stortplaatsen in de buurt er een beetje netjes bij liggen.

Het kan ook zijn dat de klagers gewoon op zoek waren naar opluchting in benarde tijden.

Zo is de aard van het beestje: er zijn nogal wat mensen die vrolijk lopen te rampokken op de sociale media en het bestuur bij voorkeur als krabpaal gebruiken. Maar als het planbureau belt met de vraag of ze gelukkig zijn, geven ze hun leven prompt een acht.

Misschien vinden we het prettig om te morren. Amsterdam mort, waar het eens heeft gelachen. Ik mor, jij mort, wij morren. Ik mor, dus ik besta. I love you mor than I can say. Soms verschijnen op de sociale media berichten van mensen die klagen over de trage afhandeling van hun eerder op de dag gedane melding. Dat is een dubbele mor.

Voor wie het vertrouwen heeft verloren in de gemeente, is er altijd nog de oude Sint Nicolaas om aan te roepen, bescherm­heilige van de bankiers, dok­werkers, schilders, parfumeurs, vrijers, wijnhandelaren, bakkers, apothekers én van de ­morrende stad Amsterdam.

Hij reageert misschien niet ­binnen drie werkdagen, maar hij hoort alles.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden