Johan Fretz Beeld Artur Krynicki

Amsterdam is het lichtend baken van neoliberalisme

Plus Johan Fretz

Het is me gelukt om de vriendelijkste makelaar van Amsterdam te vinden. Iemand die me het gevoel geeft dat ik, ook al ben ik dan geen partner bij Stibbe op de Zuidas, toch nog een kans maak om hier een huis te vinden. Makkelijk zal het niet worden.

’Het is druk op de startersmarkt: zeg maar tussen de drie en vijf ton.’

Ik had het goed verstaan. Een vriend vertelde me dat een woning in Noord was verkocht voor 480 duizend euro. Ik bekeek het huis op Funda: het had geen badkamer, alleen een douchekop boven de wc-pot. Je kon in dit huis kakkend douchen, voor een half miljoen euro. Luxe wonen anno 2019.

Moest ik deze week dan maar juichen om het bericht dat banken zich van de Nederlandse Bank moeten wapenen tegen een mogelijke nieuwe huizencrisis? Ach, zelfs al vind ik vast een huis, ik vrees dat geen crisis de tendens in Amsterdam nog kan keren.

Deze stad is allang niet meer van ons allemaal, maar in steeds grotere mate alleen nog van rijke proleten. Ik heb niks tegen de rijkdom zelf, ik gun iedereen zijn succes, het gaat me om dat proletengedrag. Die liefdeloze, dichtgetikte ik-mentaliteit, die Amsterdam in rap tempo heeft overgenomen. Dit is de stad van mensen als Wybren van Haga, die moedige klimaatdemonstranten uitmaakt voor werkschuw tuig en ondertussen ploeterende werkenden uitmelkt, met zijn opgesplitste pandjes. Dit is de stad van speculanten en patjepeeërs, die de huur voor winkelpanden plots vervijfvoudigen, zodat kleine ondernemers, die onze straten van kleur voorzien, noodgedwongen moeten stoppen. Dit is de stad van mensen voor wie armoede een walgelijke ziekte is, die je niet hoeft te genezen, maar slechts hoeft te verplaatsen naar de randen van de Ring. Buiten het zicht, zodat zij er niet meer naar hoeven te kijken.

Zo wordt Amsterdam, ooit een kolkend, eigenzinnig, rebels eiland in een zee van kleinburgerlijkheid, ontdaan van elk smetje. Zelfs in de Efteling is het op een drukke dag nog goorder dan in dit aangeharkte VVD-pretpark. Elke oprisping van bezieling, elk spoor van tegendraadsheid, elke uiting van onaangepastheid, wordt gefrustreerd en weggeveegd. Afgesneden en samen met roestige, felgekleurde fietsen, verscheept naar dat grafdepot in Oceanië.

En de leraren, kunstenaars, horeca-medewerkers, verpleegkundigen, journalisten, winkeliers, ons wordt vriendelijk verzocht om op te donderen, om plaats te maken voor een nieuwe zelfbenoemde klasse, van nep-Amsterdammers, die zonder enige schaamte de stad op kopen om hier Blaricum aan het IJ van te maken.

En vergis je niet: zij zijn allang de baas. Al dat modieuze, papegaaiengezeik ten spijt, over hoe knetterlinks deze stad is, Amsterdam is het lichtend baken van neoliberalisme. Wij zijn erger dan Londen. Je kunt de letters ‘I Amsterdam’ wel weghalen, maar ondertussen dendert de verwoesting van de egalitaire stad onverminderd en onomkeerbaar voort.

Nooit meer zie je ergens een subversieve, nieuwe Shaffy, luidkeels zingend in de goot, of iemand, die met een string in zijn reet, op skeelers door de stad sjeest. Nooit meer steekt ergens een paars-groene hanenkam boven de zijscheidingen uit. Nooit meer stap je per ongeluk in de kak, nee: de enige drol die je nog ziet, ligt in je plee, terwijl je in je huis van een half miljoen probeert te douchen. Spoedig zal ook de laatste onaangepaste vreugdekreet verstommen. Dan is dit de rijkste stad van Europa, vol armoede van geest en verbeelding.

j.fretz@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden