Opinie

‘Amsterdam circulair? Vooral mooipraterij van de gemeente’

De gemeente Amsterdam spreekt niet meer over duurzaamheid, maar over circulariteit. Volgens Federico Savini en Victor de Kok vooral mooipraterij, zonder dat er concrete plannen zijn.

'Het recyclen van afval is niet hetzelfde als het verminderen van grondstofgebruik.'Beeld Hollandse Hoogte / Mariette Carstens

De gemeente Amsterdam wil de economie van de stad in harmonie brengen met de ­planeet. In de strategie ‘Amsterdam circulair 2020-2025’ valt te lezen hoe precies. De stad trekt het concept van duurzaamheid terug en vervangt het door dat van circulariteit, een benadering waarin het efficiënt gebruik van grondstoffen centraal staat.

De ambitie is om een ‘circulaire economie’ in Amsterdam te stimuleren: een economie die bloeit door het hergebruik van afval als grondstof. Deze nieuwe economie verbruikt minder grondstoffen, vermindert afval, maar genereert tegelijkertijd banen en bedrijfsactiviteiten.

Dat klinkt allemaal goed. Maar hoe denkt Amsterdam deze ambities te gaan bereiken? Daarover weet de gemeente veel minder te ­vertellen. Sterker nog, de strategie is zo vrijblijvend geformuleerd dat het maar de vraag is in hoeverre het lukt de hoeveelheid grondstoffen te verminderen en de ecologische voetafdruk te verkleinen.

Het Amsterdamse beleid is geïnspireerd op het concept ‘donuteconomie’, bedacht door Kate Raworth, econoom uit Oxford. Daarin maken drie factoren het verschil met een economie die gebaseerd is op groei: reductie, re­generatie en herdistributie. Op geen van deze punten wordt de strategie concreet.

Reductie

De theorie is dat de economie van een gebied (een stad, een land) binnen twee grenzen moet blijven: een minimaal welzijnsniveau en een maximum van milieu-impact. De Amsterdamse economie – zoals die van alle wereldsteden – overschrijdt de bovengrens, met een overma­tige impact op de planeet in termen van CO2-uitstoot en grondstofgebruik. Prioriteit moet worden gegeven aan het verminderen van deze impact en het binnen de bovengrens brengen van de economie.

Een belangrijke manier om dat te bereiken is reductie. Reductie betekent verbruik verminderen, de energievraag verminderen, minder afval produceren, mobiliteit en internationaal reizen reduceren, en de gemiddelde grootte van appartementen verminderen. Het betekent ook veel minder vlees eten, omdat de productie daarvan zo veel water, land en energie opeist.

In de Amsterdamse strategie wordt reductie verward met hergebruik: het recyclen van afval om de invoer van grondstoffen te ‘verminderen’ is niet hetzelfde als het ‘verminderen’ van het verbruik. Hergebruik van afval is prima. Maar als Amsterdammers hetzelfde of nog meer consumeren, neemt de totale impact van de economie op het milieu niet af. Een echt circulaire strategie moet in de eerste plaats het consumentisme bestrijden en een nieuwe levensstijl stimuleren.

Regeneratie

Een donuteconomie, zegt Raworth in haar boek, moet ‘creëren om te regenereren’. Regeneratie (ook vaak upcycling genoemd) betekent dat alle reststoffen die worden geproduceerd door een activiteit, dezelfde activiteit of acti­viteiten van gelijke waarde moeten ondersteunen. Voedselverspilling moet compost worden om meer voedsel te produceren, sloopafval van huizen moet helpen bij het bouwen van nieuwe huizen, elektronisch afval moet helpen bij het maken van nieuwe elektronica.

De strategie gaat niet expliciet in op hoe men grondstoffen gaat terugwinnen. Wil de stad haar ambitie verwezenlijken en tegen 2030 het gebruik van grondstoffen met 50 procent verminderen, moet het in de eerste plaats haar behoefte terugbrengen. Echte circulariteit betekent minder afval naar de verbrandingsovens.

Momenteel is 70 procent van al het afval

dat de Amsterdamse afvalverwerker AEB verbrandt organisch, zoals biomassa, om ‘groene’ energie te produceren. Tegelijk importeert AEB afval uit het buitenland om aan de energievraag te voldoen. Als de stad organisch afval wil gaan hergebruiken, moet ze inzetten op regionale voedselketens en lokale productie­ketens. Dat betekent minder afval voor verbranding en ­biomassa.

De circulaire economie zal ook ingrijpende gevolgen hebben voor de woningmarkt. Nu bevat gerecycled beton slechts maximaal 10 procent hergebruikt materiaal en 90 procent nieuw zand en grind. Dat zet geen zoden aan

de dijk. Als Amsterdam het gebruik van grondstoffen tegen 2030 met 50 procent wil verminderen, moet het haar behoefte aan bouwma­terialen verminderen. Dat staat haaks op de huidige plannen voor de bouw van woningen.

Herdistributie

Om de transitie naar een circulaire economie financieel en politiek haalbaar te maken is ­herdistributie de uitdaging. De Amsterdamse strategie belooft een onderzoek naar ‘negatieve en positieve fiscale prikkels’. Dit zijn de belangrijkste onderdelen van een circulaire strategie, maar ze worden uiteindelijk amper behandeld.

Circulaire ontwikkeling omvat allereerst het stellen van grenzen. Zoals gezegd moet de vraag naar materialen naar beneden, net zoals het aantal vierkante meters, de afvalproductie, het watergebruik, de materiaalimport; en zo

zijn er meer factoren. Daarvoor in de plaats komen middelen en activiteiten die minder schadelijk zijn voor het milieu. Om dit te bereiken moet de stad afvalproductie belasten, om schonere activiteiten met minder of geen afval te financieren.

Welke economische activiteiten betalen voor de transitie naar een circulaire economie?

Dit is de cruciale politieke vraag waarvoor de gemeenteraad staat. Die moet niet vooruit geschoven worden, de stapel met mooie plannen is al veel te hoog. Politici die een circulaire economie bepleiten, moeten aangeven welke instrumenten ze inzetten om dit te bereiken. Pas dan zal er echt een kentering plaatsvinden. Nu neigen de Amsterdamse plannen voor een circulaire economie naar mooipraterij. 

Victor de Kok, journalist en ­onderzoeker voor documentaires en films.Beeld -
Federico Savini, universitair docent Environmental Planning, Institutions and Politics aan de UvA.Beeld Michael Chia / JPI Urban Europe Conference
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden