Beeld Artur Krynicki

Amerikanen zijn trots op vreemde dingen

PlusNico Dijkshoorn

Amerikanen zijn trots op vreemde dingen. Hun steden zien er van boven uit alsof Mondriaan, dronken of stervende, nog snel een doek heeft proberen te schilderen en toch hebben Amerikanen daar warme gevoelens bij. Ik zag ze woensdagnacht door de straten van Washington paraderen en dacht: ik vind het prima, Amerika voor de Amerikanen.

Als die buffelkopmutsdragers daar blij van worden, geef ze het oude Amerika terug. Toen je nog gewoon twee lesbiennes aan hun voeten door de prairie kon trekken. Toen je er nog op kon vertrouwen dat je slager gewoon je slager was en dat hij achter – in de koelcel – niet iedere week met andere pedofielen het bloed van ongeboren kinderen dronk zodat Jezus kon herrijzen als een roodharige Texaan in een tuinbroek.

Ik heb een foto van zo een Texaan. Ik was met Tanja een week in Texas en opeens stond hij voor ons. Hij was naakt, op zijn tuinbroek na. Hij ging vlak voor ons staan, zodat wij hem konden bewonderen.

Er viel een ongemakkelijke stilte. Hij keek naar mijn blauwe schoenen, ik keek naar zijn rubberen laarzen. Hij vroeg waar we vandaan kwamen. Ik antwoordde niet Amsterdam, want dan zou ik een uur later aan zijn kippen worden gevoerd. Ik zei: “Giethoorn, Holland.”

Daarna mochten we hem fotograferen. Klik. Gelukt. Fijn leven nog verder.

Tijdens het kijken naar de rellen in Washington kwam dat weekje Texas weer hard terug. Meng vaderlandsliefde, geweren en God en je krijgt een dodelijke cocktail. Als er met vlaggen wordt gezwaaid draai ik mijn voordeur op slot.

Dat is mijn geloofsovertuiging, dat we ten onder gaan aan trots op niets. Vechten voor een land waar je toevallig uit je moeder bent gegleden. Met een navelstreng om je nek in zand of klei vallen en daar je leven lang trots op zijn.

Toch is er hoop. Toen woensdag de eerste relschoppers het Capitool binnendrongen hielden zij zich netjes aan de looprichting. In een grote zaal waren lullige rode museumdraadjes gespannen waar je niet overheen mocht stappen. Daar hielden die trotse halfprimaten zich aan. Voor heel even.

Dat ontroerde mij. Schreeuwen om een revo­lutie en dan toch lopen zoals ze dat van tevoren hebben bedacht. Aandoenlijk. Ook de anarchie daarna, een man met zijn voeten op het bureau van Nancy Pelosi, vertederde. Daar waar de commentatoren van CNN revolutie en minachtig zagen, daar zag ik een kind in het lichaam van een volwassen man.

De lege lerarenkamer inlopen, naar de stoel van je lerares Frans lopen en een scheet laten. Meer was het niet.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden