Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Altijd als ik langs een foutgeparkeerde scooter kom, wil ik het ding een schop geven

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Op de stoep stond een leenscooter van Felyx.

Uiteraard weer zo geparkeerd dat je er nauwelijks langs kon.

Altijd als ik langs zo’n foutgeparkeerde scooter kom, krijg ik de bijna onbedwingbare neiging het ding een schop te geven. Of even op het zadel te spugen.

Ik liep met een tas boodschappen naar huis, het was tussen de tweede en de derde WK-wedstrijd van de dag, en was een meter of tien van de scooter verwijderd toen een man op een andere scooter kwam aanrijden.

Hij had een blauwe jas aan waar op de rug in witte letters een woord op stond.

Handhaving.

De man droeg geen helm. Hij stopte in een bocht langs het trottoir. Zette zijn voeten op het asfalt.

Draaide een paar keer met zijn hoofd in zijn nek.

Stak een hand in zijn jas.

Ik hoopte dat hij een ouderwets bonnenboekje met een vel carbonpapier uit de binnenzak van zijn dienstjas zou halen. En een potlood, en dat hij dan even aan de punt van dat potlood zou likken voor hij zou gaan schrijven. Ja, ik ben een romanticus.

Hij ging de scooter bekeuren.

Natuurlijk haalde hij zijn telefoon tevoorschijn. (Er zijn toch nog wel bonnenboekjes?)

Ik was op een paar meter van de twee scooters stil blijven staan, want ik was nieuwsgierig wat de handhaver zou gaan doen. Ik haalde zelf ook mijn telefoon uit mijn broekzak en ontgrendelde het apparaat.

De man tikte driftig met één vinger op zijn schermpje.

Drukte het toestel toen tegen zijn oor.

Ik had hem nog niet een keer naar de Felyx zien kijken.

Zou hij bellen om een busje om de scooter mee op te halen?

Na een paar seconden begon hij te praten.

“Ja, met mij. (...) Ja, heel druk. (...) Tot zes uur.”

Er stak een oude man over. Hij liep met een stok. En hij moest langs de Felyx.

“Heb je het spul?” vroeg de handhaver.

De oude man bleef voor de Felyx staan. Hij keek naar de handhaver. Wilde iets zeggen, maar de handhaver had ook de oude man niet opgemerkt.

Voor ik kon helpen, ik probeerde te bedenken wat er met ‘het spul’ werd bedoeld, stapte hij het gras op om om de scooter te lopen. Zijn stok zakte een stuk weg in het gras en hij maakte een rare zwabber, maar bleef wonder boven wonder op de been. Hij stapte weer het trottoir op en vervolgde hoofdschuddend zijn weg.

“Nee, je had die rode moeten hebben,” hoorde ik de handhaver geërgerd zeggen. “Wat? Nee, dan doe ik het zelf wel. Ik had het toch ook opgeschreven? (...) Nee, laat maar.”

Hij tikte weer driftig op het scherm.

“Niet te geloven,” zei hij, “dat is toch werkelijk niet te geloven...”

De handhaver stak zijn telefoon in zijn binnenzak.

Hij keek opzij. Hij zag de Felyx staan.

Hij begon te glimlachen.

En toen kwam toch nog het bonnenboekje tevoorschijn.

Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden