Opinie

'Altijd alles doen voor je gezin is geen goed idee'

Alleenstaande moeder Monique Gooren kreeg door een diep schuld­gevoel blinde vlekken in de opvoeding van haar kinderen. 'Daardoor krijg je pubers als prinsen.'

Beeld Rosa Snijders

Mijn oudste zoon is zeven als hij naar het carnaval op school gaat met een baret op, een fluwelen 'cape' om en een plastic zwaard in zijn hand. Op zijn bovenlip heb ik met viltstift een sierlijke krulsnor getekend die er nog lastig af te boenen blijkt. Mijn prins hoeft van mij niet het mooiste kostuum van school te hebben, maar dat hij uit een eenoudergezin komt, is geen reden om niet verkleed te gaan.

Over het sluimerende schuldgevoel van (gescheiden) moeders schreef Marte Kaan een essay in de NRC van 30 maart. Marte is co-ouder van haar twee dochters. Ik deed het zonder co-ouderschap, dus zonder kinderloze werkweken en vakanties. Tel er voor mij maar een flinke schep schuldgevoel bij.

De vader van mijn kinderen ging het huis uit drie dagen nadat onze tweeling één was geworden en ruim zes weken voor onze oudste zoon zes werd. Geen kinderfeestje, geen sporttraining zouden ze missen, omdat ze met hun moeder opgroeiden. Liefde en aandacht? Check. Kansen om hun talenten te ontwikkelen? Check. Stimulans om tot zelfstandige volwassenen uit te groeien. Check. Dat had ik me allemaal voorgenomen, toen ik eraan begon. Klinkt mooi, hè?

Fear of missing out
Hoe hoger je de lat legt, hoe meer je je tanden erop stukbijt. Een moeder alleen heeft altijd dienst. Er is nu eenmaal geen andere volwassene in de buurt die voor de kids zorgt. Bovendien kun jij, de kostwinner, maar op één plek tegelijk zijn. Daar waar je niet bent, daar gebeurt het. Fear of missing out. Dat wil zeggen, de momenten dat je er voor je kind moet zijn. Om hem te troosten, te helpen of met limonade en koekjes op te wachten.

Dus leef je met het eeuwig verscheurde gevoel dat je per definitie tekortschiet. Omdat je in je eentje twee ouders moet zijn. Laat staan dat je nog iets voor jezelf kunt doen zonder het idee dat je je kinderen in de steek laat. Als je daar nog überhaupt energie voor kunt opbrengen.

'Wees een goede moeder en maak je onmisbaar voor het gezin,' vatte Kaan het credo van het moederschap samen. 'Zo word je gelukkig, verdien je respect en word je geaccepteerd.'

Verantwoorden
Voor een alleenstaande moeder geldt dat dubbel. Je moet je verantwoorden voor het feit dat je de opvoeding in je eentje doet. Voor de buitenwereld, die zich afvraagt (of letterlijk vraagt) waarom je met je partner drie kinderen op de wereld hebt gezet om vervolgens uit elkaar te gaan.

Verantwoorden voor je kinderen, die niet om gescheiden ouders hebben gevraagd. Ook al beginnen ze er niet over zolang ze klein zijn, je loopt onophoudelijk te demonstreren wat een goede moeder je wel niet bent.

Je week is tot de nok gevuld met werkdagen, huishoudtaken en de tijd die je in je kinderen steekt. Niet alleen helpen met douchen, maar ook voorlezen. Niet alleen leren fietsen mét zijwieltjes, ook zónder zijwieltjes. Toen moet dat opgejaagde gevoel zijn ontstaan, waardoor ik me nooit klaar voel en altijd vooruit wil werken om soms even niks te hoeven.

Monique Gooren. Schrijver, eind­redacteur en schrijfdocent. Beeld .

Terwijl er met jonge kinderen telkens nieuwe brandjes uitbreken. Als ze eindelijk in bed lagen, was ik zo afgepeigerd dat ik niets anders deed dan televisiekijken. Ook al snakte ik ernaar om de dingen te doen waar ik van droomde. Maar ik had de puf en het lef niet. In plaats van zelf te schrijven las ik de boekrecensies in de krant.

Niks voor mezelf
Kijk mij nou zielig zijn - nee, zo is dit verhaal niet bedoeld. Mijn hoofd, mijn hele leven zat zo vol met alles wat er met de kinderen, werk en huis(onder)houd moest gebeuren, dat ik nooit stilstond bij wat ík wilde. Ik mocht van mezelf niks voor mezelf doen, omdat ik daarmee de kinderen tekortdeed. Die gingen altijd voor. Ik stond elke ochtend sinaasappels uit te persen, zodat ze een vers sapje bij het ontbijt dronken. Ik kookte dagelijks vers eten, zodat ze gezond aten. We gingen op vakantie naar plekken met kinderen, want ze vonden het leuk om nieuwe vriendjes te maken.
Zo was ik dag en nacht aan het bewijzen dat ik heus, echt waar, heel goed in staat was om voor mijn drietal te zorgen.

Het schuldgevoel zat zo diep, dat ik er niet bij kon. Ik wist het niet. Ik miste een partner die mij kritisch doch liefdevol wees op de dingen die ik niet zag. Niet zozeer voor mij, als wel voor de kinderen die waren overgeleverd aan mijn stokpaardjes en blinde vlekken. In mijn hoofd zat het idee gebakken dat ik altijd alles zelf moest doen. Daardoor deed ik alsof mijn kinderen nog steeds vijf waren. Ik nam hun alle zorg uit handen.

Ik vind het nog steeds lastig om hen aan het werk te zetten in het huishouden. Een kookbeurt komt altijd slecht uit naast bijbaan, sporttraining en andere dingen die ze willen doen. Ik loop over van begrip, terwijl ik in de startblokken sta om het koken in hun plaats te doen.

Ingesleten gewoontes
Op haar elfde begon mijn dochter in te zien dat haar moeder zich drie slagen in de rondte werkte voor haar en haar broers. Ze toonde zich solidair. Dat doen zonen minder en jongste zonen het minst. De oudste zoon werpt zich op als steun en toeverlaat van zijn moeder, zolang er geen nieuwe man in zicht is. De jongste zoon eist dat zijn moeder alles uit handen laat vallen, zodra hij een kik geeft.

Zulk gedrag zie je pas in de spiegel die een ander je voorhoudt, uit zorg om jou, maar ook uit ergernis over het gedrag van je kinderen. Hij legt de vinger op de ingesleten gewoontes waar niemand bij stilstaat.

Daardoor krijg je pubers als prinsen. Prinsen die met hun mobiel aan de bank zijn geplakt. Die een brandspoor van jas, tas, schoenen, muts en waterflesje achterlaten. Prinsen die te beroerd zijn om het restje eten uit de koelkast op te warmen, want in hun eentje gaan ze niet in de keuken aan de slag.

Prinsen die er dag na dag aan herinnerd moeten worden om de vaatwasser leeg te halen, omdat die taak voor hen zo weinig prioriteit heeft dat ze er nooit aan denken. Prinsen die er überhaupt nooit bij stilstaan dat als zij hun huishoudtaak niet doen, het hun moeder is die het doet. En prinsessen, ongetwijfeld. Maar ik heb meer ervaring met prinsen.

Politieagent
Zonen willen prins zijn en prins blijven. Zeker in de puberteit - die beproeving aller ouders. Ook tegen een moeder alleen zet een puber zich af. Hij moet wel. Hij wil zich loswrikken van het gezin. Pubers schoppen je heilige huisjes om.

Mijn puberzoon zoekt permanent de grenzen op en rekt de regels uit. Dan moet ik de politieagent uithangen, een ouderrol waar ik een hekel aan heb. Ik sta niet graag op mijn strepen, omdat ik daarmee de afstand tussen het kind en mij vergroot, terwijl ik heel goed besef dat ik emotioneel met handen en voeten verbonden ben met mijn kinderen.

Ik wil dat een kind zich verantwoordelijk voelt voor wat hij doet. Niet dat hij zich gedraagt zoals ik hem voorschrijf. Maar soms moet ik wel. En nee, daar voel ik me nou eens niet schuldig over. Want puberzonen zijn prinsen, vertroeteld door een moeder met een eeuwig schuldgevoel, waardoor ze het gevoel heeft nooit genoeg voor hen te doen.

Desondanks is er één troost. Ze zullen het niet toegeven, maar de prinsen weten wie de koningin is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.