. Beeld Artur Krynicki

Alsof witte kinderen niet kijken naar clips van Ronnie Flex

Plus Reza Kartosen-Wong

Onlangs werd ­Manon Sikkel benoemd tot Kinderboeken­ambassadeur. In een interview met Het Parool gaf Sikkel aan dat ze zich wil inzetten voor diversiteit in kinderboeken. Dat onderwerp ligt mij als media­wetenschapper en beginnend kinderboekenschrijver, maar vooral als vader, na aan het hart.

Schrijvers moeten bewuster worden van diversiteit en inclusie, stelt Sikkel terecht. Maar dat geldt ook voor de poortwachters: medewerkers van uitgeverijen, cultuurfondsen en ­boekhandels.

Vorige maand kwam Idje Wil Niet Naar de Kapper uit, een leuk, fantasierijk prentenboek over een jongetje met een grote bos kroeshaar waarin hij van ­alles verstopt. Het verhaal bevat personages en perspectieven die zijn ondervertegenwoordigd in kinderliteratuur.

Boekwinkels in onder andere Amsterdam zijn enthousiast en hebben het prentenboek ingekocht. Maar buiten de Randstad stuit de uitgever op terughoudende boekinkopers. Die stellen dat het boek 'te stads' is voor hun klanten.

Dat is een vreemd argument aangezien het verhaal zich grotendeels binnenshuis afspeelt. Op welgeteld één illustratie is een straat met huizen te zien. Een straat die ook voor veel Drentenaren of Brabanders ­herkenbaar is.

Bovendien: zouden dezelfde boekinkopers nooit kinderboeken inkopen die zich afspelen in een stadse omgeving? Geen ­Wiplala of Pluk van de Petteflet? Hoogst onwaarschijnlijk. Nee, 'te stads' betekent natuurlijk 'te zwart' of 'niet wit genoeg'. Of ­zoals de uitgever verwoordde: 'stads is het nieuwe zwart'.

Deze behoudende inkopers gaan ervan uit dat niet-witte personen en personages witte kinderen (en hun ouders) niet aanspreken. Alsof witte kinderen niet kijken naar tv-series als De Speelgoeddokter, Taart en Voetbalmeisjes. Of naar videoclips van Stephanie van Eer en Ronnie Flex.

Witte kinderen zijn prima in staat om te genieten van boeken met niet-witte hoofdpersonages. Net zoals niet-witte kinderen dat altijd al konden met boeken van auteurs als Paul Biegel, Annie M.G. Schmidt en J.K. Rowling, waarin witte kinderen de hoofdrol spelen.

Kinderen beschikken nu eenmaal over verbeeldingskracht en een rijke fantasie. Die stellen hen in staat om de belevings­wereld van personages die ­'anders zijn' te betreden en daar betekenis aan te geven.

Boekwinkels die Idje Wil Niet Naar de Kapper en andere kinderboeken niet inkopen omdat ze geen witte hoofdpersonages bevatten, onderschatten het witte lezerspubliek. Zij doen alsof witte kinderen geen verbeeldingskracht bezitten, bekrompen zijn en geen notie hebben van de moderne, multiculturele werkelijkheid.

Zij onthouden hen van nieuwe werelden, personages en perspectieven.
Daarmee snijden deze boekwinkels zichzelf in de vingers. Potentiële klanten die op zoek zijn naar nieuwe, blikverruimende kinderboeken, weten die namelijk te vinden - bij de concurrenten die kinderen wél serieus nemen.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden