Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Alsof we massaal onze ouders zouden doden

PlusRoos Schlikker

Doodgaan zie je niet. Als kind denken we dat het als in films gaat. Zieken die nog eenmaal lieflijk wuiven naar hun geliefden, plots in een stuip schieten en richting kussens zijgen met een blik die doelloos in de ruimte staart.

Jonge huisarts Kees wist theoretisch dat sterven anders verliep, maar had het nooit gezien. Tot hij een patiënt met maagkanker kreeg. De stokoude man wilde niet naar het ziekenhuis. “Dokter, als het niet meer gaat, wil u me dan een spuitje geven?”

Kees slikte. Het waren de jaren zestig, vóór de Euthanasiewet. Er bestond geen protocol. Artsen die patiënten lieten inslapen, hielden hun mond. Velen rotzooiden maar wat aan.

Enkele maanden later had de maagkankerpatiënt echter zoveel pijn dat morfine niets uithaalde. Zijn papierbroze lijf vertoonde doorligplekken en stonk, alsof het al in ontbinding was. “Ik wil zo niet naast mijn vrouw liggen, maak er een einde aan. U heeft het beloofd.”

Niet lang daarna bracht Kees in een keukentje zijn medicamenten in stelling. De vrouw trippelde nerveus om hem heen. “Zal hij vredig gaan?” Kees kon slechts hopen.

De man snurkte nadat Kees de middelen inspoot. Het klonk bijna gezellig. Bijna want Kees had geen idee wat hij nu moest doen. Hij tuurde naar het gezicht, niet op zoek naar een teken van leven, maar van dood. Minuten verstreken. Kwartieren. Na twee lange uren luisteren naar de tukkende baas, hield Kees het niet meer. “Even een frisse neus halen.”

Een minuut later zat hij in de auto, zijn klamvochtige handen om het stuur. Wat als het middel niet werkte? Hij kon geen collega bellen, wilde niemand in problemen brengen. Tollend van paniek klopte hij weer bij het huisje aan. De vrouw deed open. “Ik weet niet of het gebeurd is. Hoe zie je dat?”

Hij wist het alleen uit lesboeken. De ademhaling stopt. Daarna verandert de huidskleur. Grauwgrijs komt voor roze in de plaats. En nee, geen heroïsche gebaren. Doodgaan is vaak langzaam verglijden, zonder uitbundigheid. Met bonkende slapen schuifelde Kees de slaapkamer in. Hij keek. En toen eindelijk, kon hij vrijuit ademen. Even later schreef hij twee woorden op in de overlijdensakte. ‘Natuurlijke dood.’

Dit is hoe het vaker ging, nog niet lang geleden. Ik moest aan Kees denken die me ooit zijn verhaal vertelde. Het is momenteel Week van de Euthanasie. Mooi, vind ik. Want wat zijn we verder dan de jaren zestig.

Hoewel? Juist nu zie ik politieke terugkeertendensen vol merkwaardig nostalgische verlangen. In diverse verkiezingsprogramma’s wordt de abortuswet bekritiseerd. En Baudet noemde in een essay euthanasie suïcide: “In Nederland wordt zelfdoding gefaciliteerd om zeker te stellen dat er geen belemmeringen – zoals de plicht om voor je ouders te zorgen – voor het individu ontstaan.” Alsof we massaal onze vaders en moeders het hoekje ombrengen zodat we ze niet hoeven te wassen. Een cynisch wereldbeeld dat ik weiger over te nemen.

In plaats daarvan dank ik, juist deze dagen, dappere artsen als Kees. En de verworvenheid dat magere doodzieke doorligmannen zachtjes mogen gaan.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden