Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Alsof ik het geluid kan horen: het bot en de stenen, de botsing

PlusFemke van der Laan

De oudste zit bij me achterop. Ik breng haar naar de metro. Het station is nog geen vijf minuten lopen, vanaf onze voordeur, of zelfs vanaf boven, dus nodig is het niet, maar ik ging toch die kant op en ach, dan wilde ze wel een lift.

Eerder deze week had ik de middelste achterop. Op weg naar haar fiets, die ergens vaststond, met een ketting aan een rek, een ketting met een slot waarvan het sleuteltje kwijt was, het tweede sleuteltje, echt nergens te vinden, echt overal gekeken, echt, waardoor we eigenlijk niet op weg waren naar haar fiets, maar naar een slijptol, die we vonden, met een meneer eraan die, nadat hij ons een nieuw slot had verkocht, in een vonkenregen het oude kettingslot in tweeën sneed. Daarna konden we op twee fietsen terug naar huis, naar onze voordeur, en daarna, met twee sleuteltjes, naar boven.

Met de oudste achterop denk ik eraan terug, aan hoe de middelste achter me zat, op de bagagedrager, aan hoe weinig het verschilt van hoe de oudste achterop zit.

Ik voel weer hoe de middelste haar vingers in de lussen van mijn broek had gehaakt, en ik hoor hoe, anders maar toch hetzelfde, de oudste sinds we zijn weg­gereden bij de voordeur al vijf keer heeft gezegd dat ze ook kan lopen. “Ik kan ook gaan lopen.”

Bij de laatste kruising, als ik afrem voor het verkeerslicht, springt ze eraf. “Ik ga lopen.” Ze steekt haar hand op en loopt het zebrapad over. Aan de andere kant, bij het groene mannetje, draait ze zich nog even om. Daarna verdwijnt ze om de hoek.

“Die zat niet lekker, hoor.”

Ik kijk achterom. Een man op een fiets lacht naar me. “Ik hoorde haar steeds zeggen dat ze wel kon lopen.”

We trekken samen op, de man net ietsje harder dan ik. Aan de overkant zie ik nog net de oudste naar de roltrap lopen. Ik kijk naar de man. Hij ziet er aardig uit.

Ik vertel hem dat ze het een beetje eng vindt, zo zitten, met twee benen aan een kant, dat haar zus dat ook heeft, en ik eigenlijk ook. “Ik ben altijd bang dat ik achterover val.”

De man knikt. “Met je hoofd op straat.”

Ik ril. Het is alsof ik het geluid kan horen. Het bot en de stenen. De botsing.

De man knikt door. “Op je schedel moet je zuinig zijn.” Hij kijkt erbij alsof het de hoogste waarheid is.

En op je fietssleutels, wil ik zeggen. Maar dat lijkt me toch iets minder waar. “Ja, op je schedel moet je zuinig zijn.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden