Ashgan El-Hamus.Beeld Sjoukje Bierma

Alsof ik anderhalf uur lang in m’n maag werd gestompt

PlusAshgan El-Hamus

Ik was een jaar of negen toen film voor het eerst mijn hart binnenstormde. Daarna was dat hart nooit meer hetzelfde. Als een stad waarin een storm had gewoed.

Mijn moeder nam me mee naar Cinekid. Er waren kinderen die eruitzagen alsof ze meer suiker op hadden dan ze aankonden en ouders met wallen. Ik had een maillot aan. Ik weet niet waarom ik dat nog weet, maar wat ik wel weet is dat maillots altijd kriebelen. Zeker in de herfst. Maillots zouden verboden moeten worden op dagen dat het regent.

Waarschijnlijk kreeg ik nog snel een bruine boterham uit een plastic boterhamzakje, of iets anders dat in die jaren permanent in mijn moeders tas leek te zitten. Wellicht zat er nog een restje pindakaas in mijn mondhoek toen de film begon, en bungelden de natte voeten onhandig ver boven de vloer. De film heette My Life as a Dog en toen ik mijn moeder vroeg wat dat betekende dacht ik na het antwoord zeker te weten dat we naar een pratende hond gingen kijken.

Maar de film begon, de suikerkinderen werden eindelijk stil, de zaal donker en er bleek geen pratende hond aan te pas te komen. In plaats daarvan was er een jongetje met een ongeneeslijk zieke moeder, een jongetje dat zichzelf elke dag opnieuw vertelde dat het altijd erger kan.

Het was alsof ik anderhalf uur lang in m’n maag werd gestompt. Voor het eerst zag ik de dood van zo dichtbij en voor het eerst werd ik geraakt door de magie van film: want voor even leefde ik niet mijn eigen leven, maar dat van iemand anders. Ik was geen Amsterdams/Egyptisch meisje met een natte maillot, maar een jongetje van acht met een moeder die dood zou gaan. Ik had geen huis waar de kachel altijd aan leek te staan of ouders die eindeloos verhalen voor­lazen, maar een moeder die boos werd als ik melk morste, en een koud huis, zonder kachel.

Want al keek ik naar een kind met een leven dat in niets leek op dat van mij, ook hij was een kind. Dat was alles wat we gemeen hadden, en dat was genoeg. Pas veel later zou ik leren dat het de filmmaker was die mij in mijn maag aan het stompen was. Dat iemand dit ding waarnaar ik aan het kijken was honderd keer binnenstebuiten had gekeerd, de titels zestien keer had verandert, dat de muziek speciaal was gemaakt. Maar ik wist nog niks en voelde daarmee alles. Hoe minder je weet, hoe meer je voelt.

Bijna twintig jaar later draag ik geen maillots meer en draait mijn eigen korte film op Cinekid. Ik denk terug aan het jongetje met de ongeneeslijk zieke moeder dat ik voor één dag was en denk aan de kinderen die nu mijn film zien. Nu ben ik het die stompt en met een beetje geluk zitten er een paar tussen die iets voelen.

Met nog meer geluk zitten er een paar tussen die voor even niet zichzelf zijn. Een jongetje dat voor een dag een tienjarig kampermeisje is dat niets anders wil dan ongesteld worden. Wie weet vertelt hij zijn vriendinnetje later dat hij weet hoe het voelt. Voor even de ander zijn is nog steeds alles.

Reageren? a.elhamus@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden