Column

Alsof er nog iemand is met wie ik belevenissen uitwissel

Femke van der Laan Beeld Oof Verschuren

Er fietst een vrouw voor me. Ze gaat langzamer dan ik zou willen, maar toch haal ik haar niet in. Ze zingt.

Ik had het al gehoord toen ik nog een halve straat achter haar reed. Eerst dacht ik dat ze aan het bellen was, maar ze had twee handen aan het stuur en ik zag geen draadjes uit haar oren komen. Even later hoorde ik de melodie.

Toen ik vlak bij haar was, liet ik mijn trappers rondgaan zonder nog langer kracht te zetten. Tot haar tempo mijn tempo was geworden.

Ik ken het nummer. Even overweeg ik het mee te playbacken. Mijn lippen de woorden te laten maken, mijn wenkbrauwen te fronsen alsof mijn middenrif kracht zet als ik uithaal. Wie weet denken de mensen op straat dan dat ik degene ben die zo mooi zingt.

De voorbijgangers kijken naar de vrouw voor me. Ze zorgt voor glimlachende gezichten. Af en toe een verstoorde blik. Ik hou mijn lippen op elkaar en kijk.

Ik maak nog steeds overal een verhaaltje van. De zingende vrouw, de mensen op straat, de frons in mijn fantasie. Ik kijk ernaar en sla het op, om het later te kunnen vertellen. Zoals ik dat altijd deed. Verhaaltjes voor het slapengaan.

Hoe was jouw dag? Ik fietste achter een vrouw die zong. Heel mooi. Iedereen keek naar haar. Ik wilde playbacken, maar ik deed het toch maar niet. Eigenlijk zou iedereen moeten zingen op de fiets. Of playbacken.

Mijn hoofd zit vol verhaaltjes. Elke dag opnieuw. Alsof er nog iemand is die moet worden bijgepraat 's avonds. Alsof er nog iemand is met wie ik belevenissen uitwissel.

Jij een anekdote, ik een anekdote, en dan jij weer en dan ik weer, zodat we weten wat er gebeurde toen de ander even niet keek. Verhalen over werk, verhalen over de stad, verhalen over mensen, verhalen over de kinderen.

Ik hou mijn lippen op elkaar en maak een verhaaltje. Het gaat vanzelf. Ik kreeg vandaag zomaar een bos tulpen van de bloemenman. Ik zag vandaag twee mensen ruzie maken op straat. Ik heb vandaag zo hard gelachen met de kinderen aan tafel. Ik blies vandaag ballonnen op en er knalde er maar eentje. Een hoofd vol verhaal­tjes, zodat hij weet wat er gebeurde toen hij even niet keek.

De zingende vrouw slaat rechtsaf bij het stoplicht. Ik sta stil. Ik moet rechtdoor. Al snel is de vrouw te ver weg om haar nog te kunnen horen. Mijn wenkbrauwen fronsen zich als ik mijn middenrif kracht voel zetten.

Femke van der Laan (39) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden