Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Alsof de stad afstand had gedaan van het Waterlooplein

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Een groot stuk plastic zwierf over de stenen. Het zocht steeds een andere kraam om even tot rust te komen.

Het motregende en het waaide. Niet de ideale omstandigheden voor een marktbezoek.

Maar ik liep er. Ik was er net langsgereden en had me gerealiseerd dat ik al heel lang niet over het Waterlooplein had gelopen.

Het oogde armoedig, alsof de stad afstand had gedaan van het plein.

Er was een tijd dat ik er minstens twee keer per week kwam.

Boeken en overhemden.

Een mooie oude De gebroeders Karamazov van F.M. Dostojevski uit 1932, voor vijftig cent (de ‘onverkorte vertaling’ uit het Russisch van Dr. A. Kosloff met een prachtig zwartblauw gestreept omslag als een oud shirt van Inter Milaan).

Toen de marktkramen nog tussen de Rapenburgerstraat en de Valkenburgerstraat werden opgebouwd (nu staan er huizen en de Filmacademie) kocht ik daar, vanuit de provincie naar Amsterdam gespoord, een leren jas. Omdat mijn oudere broers ook leren jassen droegen.

Een paar uur in vertwijfeling rondgelopen. Welke jas zou het worden? En was het al mijn spaargeld waard? Zou ik er op school een onaantastbare status mee verkrijgen? “Kijk, hij heeft een jas uit Amsterdam!” Het werd een stugge, bruine, leren jas – “Aansteller!” riepen ze – die ik een paar jaar later, in acute geldnood, met zwaar verlies aan mijn broertje verkocht.

Op het volle, altijd levendige Waterlooplein kocht ik veel overhemden. Een heel mooi donkerblauw exemplaar is tijdens een weekeinde in Antwerpen verloren gegaan. Ik herinner me ook nog een geel-zwart exemplaar, en een donkergroen. Die donkergroene kleur ben ik nooit meer ergens tegengekomen.

Nu werd er verbouwd. Hekken, shovels, gehamer, werklui. De herinrichting van het plein moet ergens volgend jaar klaar zijn. Er stonden maar weinig kramen, en veel publiek was er ook niet. De markt van nu loopt nu zo’n beetje om de Stopera heen. Van enige grandeur was dus geen sprake.

Ik zag ook geen overhemden naar me lonken.

Op het stuk langs de Amstel, op de grote steenblokken, zat een groep mannen en vrouwen. Ik denk stamgasten van de markt. Twee grote honden lagen naast voeten te slapen.

“Ben je nog steeds van je vrouw af?” ving ik op in het voorbijgaan.

Het werd gebracht alsof het een keuze was van de man die, ik keek even om, een gelaten indruk maakte. Zijn schouders hingen. In zijn hand bungelde een plastic tasje waar gezien de vorm een paar halveliterflessen bier in zaten.

Ik liep door, voorbij een uitstalling waar fietsen werden verkocht, en de zoveelste klerenkraam. Een vrouw die een jas wilde passen zag het ding door de wind uit haar handen gegrepen worden. Het woei tegen een van de fietsen aan, die bijna omviel om een domino-effect te veroorzaken.

De fietsenhandelaar kon een ravage maar net voorkomen.

Even een beetje reuring. Toen was ik weer rond, pakte mijn fiets, meende een glimp van de burgemeester op te vangen, en reed, een tikkeltje weemoedig, in de richting van de Hortus.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden