Beeld Artur Krynicki

Als Kluun en Dolf Jansen ook fan zijn, neem ik afscheid

PlusNico Dijkshoorn

Een geliefde in vier dagen verliezen is vreselijk, maar er 45 jaar over doen is ook best erg. Zo lang heb ik geknokt voor Bruce Springsteen.

We begonnen ooit zo lekker. Ik moet 14 jaar zijn geweest toen ik Bruce voor het eerst over het podium zag hollen. Daar ben ik normaal gesproken niet dol op, maar zijn gedraaf, tijdens het liedje Rosalita, kon ik goed hebben. Hij leek het te menen. Ik herkende de verbazing in zijn ogen: ze vinden me goed, klopt dit wel? Vanaf die dag hadden we verkering.

Het werd een huwelijk toen zijn plaat Born To Run uitkwam. Eindelijk iemand die verhalen vertelde. Die in het hoofd van een ander kroop. Mijn vader kroop tot aan zijn dood nooit uit zijn eigen hoofd, maar gelukkig had ik Bruce.

Hij zong over vertrekken en nooit meer terugkomen. Door de kou lopen met de jongens van de band. Over een thunder road die erbij lag als een killer in the sun. Bruce zong over alles wat ik niet durfde. Hij begreep mij.

En 90 miljoen andere Nico’s. Dat was een teleurstelling. Artiesten houd je toch het liefst voor jezelf. Er is niets fijner dan te kunnen zeggen: “Ken je die niet? Nee? Ja man, Coco Viber heeft al vier platen. Ik zag hem in een studentenhuis optreden. Daar waren drie mensen.”

Bruce Springsteen is misschien wel de lastigste artiest om helemaal voor jezelf te hebben. Dat werd me goed ingewreven toen ik deze week naar Jinek keek, waar Kluun, Art Rooijakkers en Dolf Jansen alle drie precies het verhaal vertelden dat ik zojuist opschreef.

Aardige pik, Kluun, maar uiteindelijk toch een ex-reclameman die met zijn vuist omhoog over werkloosheid in New York staat te zingen, met een afgescheurd kaartje van 170 dollar in zijn achterzak. Ik denk dan: koop van dat geld een fatsoenlijke achternaam.

Dolf Jansen, hij past negentien keer in het lichaam van de overleden saxofonist Clarence Clemons. Het zegt niets, maar op een of andere manier klopt het niet. Ik ben nu ook doodsbang dat Peter Pannekoek van Springsteen houdt en daar schreeuwend over komt vertellen.

Ik vergaf Bruce tot nu toe alles. Zijn gebrul naast Michael Jackson en dat hij nooit zijn onderkaak naar achteren heeft laten opereren, maar ik moest hem laten gaan toen ik begreep dat Frans Timmermans een fan is.

In een documentaire zag ik hem, op een speciale verhoging voor PvdA’ers, meezingen met duizenden Nederlanders die opeens allemaal in de USA waren geboren. Er zijn grenzen. Dag Bruce.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden