Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Als kind bezochten we een broedmachine en hadden groot vertrouwen in de toekomst

PlusTheodor Holman

‘We moeten het doen voor onze kinderen en kleinkinderen.”

Frans Timmermans zei het gisteren weer. Als het gaat over het klimaat is dat de terugkerende zin.

Het vreemde is: zonder dat ik er ook maar iets aan heb gedaan – integendeel, zou ik bijna zeggen – heb ik een zeer klimaatbewust kind en zeer klimaatbewuste kleinkinderen.

Hoewel, ik heb destijds wel iets gedaan… Ik geloof dat ik mijn dochter een keer heb geholpen met een werkstuk over DDT.

Mijn lieve vader was in Indië een hartstochtelijk pleitbezorger van deze chemische insecticide. Hij zag door het gebruik een afname van verschillende ziekten bij de bevolking en hij vertelde dan ook hoe rechtvaardig het was dat ontdekker Paul Hermann Müller in 1948 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde had gekregen. Hij had iets gedaan, vond mijn vader, waar het nageslacht en mijn kinderen plezier van zouden hebben. Niet veel later werd DDT gezien als een uitzonderlijk schadelijk gif.

Ook maakten wij ons als student druk om de bevolkingsexplosie in Azië. Voortdurend zagen wij filmpjes met van honger stervende kinderen en wij verwelkomden de Groene Revolutie. Wij vonden (en vinden) het dan ook volkomen terecht dat Norman Borlaug in 1970 ook een Nobelprijs kreeg (voor de Vrede). Hij ontwikkelde nieuwe tarwerassen en introduceerde nieuwe methodes voor voedselproductie. Milieuactivisten haten hem. (Hij werkte met veel mest en water en door hem verdween soms kleinschalige landbouw.)

Nog steeds is het zo, zoals in zijn in memoriam in 2009 stond, dat hij meer levens heeft gered dan enig ander persoon die ooit heeft geleefd.

Wie heeft er nog van Borlaug gehoord? Hij zou nu op de universiteit ‘gecanceld’ worden.

In mijn leven zijn bijna alle uitvindingen, om het voor onze kinderen en kleinkinderen beter te maken, op de brandstapel terechtgekomen.

Met school gingen we – begin jaren zestig – naar een boerderij waar een moderne broedmachine stond. We kregen allemaal vier eieren mee en hadden groot vertrouwen in de toekomst. Een jaar later bezochten we een kas vol heerlijke druiven en op afstand het eerste gasveld in Groningen. Wat waren wij onder de indruk. Het was goud voor ons kinderen, voor onze toekomstige kinderen en voor onze kleinkinderen. Kortom: men was destijds niet immoreel met het milieu bezig, maar juist moreel.

Wat betreft het klimaat doe ik maar wat. Minder vlees, gescheiden afval – dat getut. Over vijftig jaar is het toch allemaal anders. Als de mens dan nog bestaat, uiteraard.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden