Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Als jongetje had hij zijn hart verpand aan deze sluis

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Dinsdag hoorde ik op Radio 1 een interview met een man die verliefd was op een sluis in IJmuiden. Ik luisterde aandachtig. Ik houd van mensen die moeten huilen om iets waarvan ik nooit iets zal begrijpen.

Ik herinner mij een congres Veiligheid Vorkheftruck Chauffeurs, waar ik was uitgenodigd om een schijtlollig gedicht te komen voorlezen. In de centrale hal van het congrescentrum stond een vorkheftruck. Er stonden 35 mannen omheen.

Congresgangers. Ik ging ertussen staan. Niemand zei iets. Af en toe schopte er iemand tegen een wiel. Ik weet nog steeds niet wat daar gebeurde. Ik heb getwijfeld of ik ook een keer zou schoppen, maar deed dat uiteindelijk niet.

Maar goed. Die sluisman uit IJmuiden. Hij deed mij aan mijn vader denken. Vierenzestig jaar gehonkbald, een spel dat door niemand wordt begrepen. Uren kon hij erover lullen. Soms sliep hij in de kantine, met zijn hoofd tegen de bevroren tosti’s. De man waar ik nu naar luisterde, had dat met een sluis in IJmuiden.

Het was een heerlijk gesprek. De interviewer hoefde maar één zin te zeggen en daar ging de man al uit de startblokken. “U weet alles van sluizen, is mij verteld. Waarom is dat nu zo’n bijzondere sluis, die morgen door koning Willem-Alexander wordt geopend?”

Ik luisterde naar een schitterend verhaal over sluizen in het algemeen en die van IJmuiden in het bijzonder. De man wist inderdaad alles. Als jongetje had hij zijn hart verpand aan deze sluis. Zo zag je ze zelden. Een prachtsluis. Dat IJmuiden vanaf morgen de grootste zeesluis ter wereld had, kon hij nauwelijks bevatten. Zijn sluis. De grootste. Het was ongekend. Wat een sluis!

De interviewer liet hem uitrazen en stelde de volgende vraag. Klopte het dat de man zijn gouden erepenning in de nieuwe betonnen vloer had laten gieten? Ja, dat klopte. Weer volgde een prachtig verhaal. Door die munt was hij voor altijd verbonden met zijn sluis.

Net toen de tranen kwamen en ik gebak wilde halen voor alle mensen van wie ik ooit had gehouden, kwam de volgende vraag. “Nu hoor ik dat u morgen niet bent uitgenodigd voor de officiële opening. Hoe zit dat?”

Hoe die lieve sluisman daarna met veertig liter gal in zijn lichaam en een hoofd vol gekwetstheid zei: “Het is niet anders, er komen heel belangrijke mensen” – daar moest ik pas echt keihard om huilen.

Die man. Zijn erepenning. In het beton, op een plek waar hij er nooit meer naar kon kijken. “Leve de koning. Hoera, hoera, hoera.”

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden