James WorthyBeeld Agata Nowicka

Als je zo hard blijft gaan, krijgt dat virus je nooit te pakken

PlusJames Worthy

Ik ben al twee weken niet naar buiten geweest. Mijn vrouw zegt dat ik pips zie, maar ik voel me goed. Beter dan ooit.

Mijn vrouw gaat wel om de dag naar buiten. Soms neemt ze onze zoon mee. Vandaag weer.

Ik kijk uit het raam en zie hem door een lege straat steppen.

“Zag je dat, pap? Hoe hard ik ging? Hoe hard ging ik?”

“Je ging echt hard.”

“Niet normaal, toch? Zo hard!”

“Als je zo hard blijft gaan, krijgt dat virus je nooit te pakken.”

Wanneer ze de hoek om zijn, blijf ik uit het raam kijken. De stad heeft er nog nooit zo schoon en mooi bij­gelegen. Niemand is buiten, dus niemand gaat slecht met haar om. Ze zit op de rand van haar bed en leest een boek. Amsterdam is op haar allermooist als ze voor niemand haar best hoeft te doen. Als ze alle trekpleisters van haar benen heeft getrokken. Er staan geen rijen voor haar pannenkoekenrestaurants. Niemand neemt haar in beslag. Haar bruggen doen dutjes en ze heeft de nagels van haar wolkenkrabbers kort geknipt. Haar gevels hoeven niet meer te geven, eindelijk mogen ze een keer nemen. Ze schreeuwen het van de daken.

En de straten. Er rijden geen trams meer door haar littekens. Haar kerktorens zijn gelukkig, omdat ze nergens meer in hoeven te geloven.

Amsterdam heeft haar parken al weken niet geschoren. Ze mag alles laten groeien.

Haar Amstel stroomt als een single door de stad. Haar Amstel hoeft geen stel meer te zijn.

En ze eet lekker en veel, zo veel, vanmorgen heeft ze een extra gaatje in haar Ceintuurbaan moeten prikken.

Ik hang al een kwartier uit het raam. Haar frisse lucht is nog nooit zo fris geweest. Ik ruik geen auto’s en ook geen vliegtuigen. Ik ruik enkel de lente.

De overbuurvrouw schuift haar raam open. Ze is 83 jaar oud en draagt een nette blouse onder haar badjas.

“Hou jij het nog een beetje vol, jongen?” vraagt ze. Ik ben dol op oude mensen. Mensen die naar mij kijken en een jongen zien.

“Dit draait niet om mij, Ans. Hoe ga jij? Komen de muren al op je af?”

“Nee, gelukkig niet. Ik denk dat mijn muren mensenvrees hebben.”

“En eet je wel goed, Ans?”

“Overduidelijk niet zo goed als jij, jongen, maar ik doe mijn best.”

“Je ziet er goed uit. Ben je bang voor het virus?”

“Weet je wat het is, buurman? Ik ben niet bang voor de dood, maar ik ben wel bang om te sterven aan een dood die ik had kunnen vermijden.”

“Dat begrijp ik. Maar het is wel eenzaam, toch? Mis je je kleinkinderen niet?”

“Natuurlijk mis ik die rotzakjes, maar zoals ik al zei, soms moet je het leven vermijden om de dood te kunnen blijven vermijden.”

Mijn zoon stept gillend van geluk de straat in. De buurvrouw zwaait naar hem. Hij gaat zo hard dat hij niet terug kan zwaaien.

Als de zoon klaar is met steppen, belt hij aan. Hij ziet dat ik uit het raam hang en toch belt hij aan.

“Zag je hoe hard ik ging?” vraagt hij, terwijl hij hijgend de trap op komt lopen.

“Ik zag het, kanjer. Dat virus krijgt jou nooit te pakken als je zo blijft racen. Vandaag schrijven we dus race-istent in plaats van resistent.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden