Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Als je oud bent, word je één omdat je alles van elkaar weet

PlusTheodor Holman

‘Op een dag besloot ik dat hij er nog gewoon was, maar dat ik hem alleen niet kon zien. ‘Koffie?’ vroeg ik ’s ochtends. Niet hardop natuurlijk, maar in m’n hoofd. En dan maakte ik één koffie. Voor mij. Maar ja, op een gegeven moment ben je met drie mensen in gesprek. Met hem, met mezelf en met een andere mezelf die constant zegt: Dit is onzin, Annemarie, echt onzin!

Ik moest denken aan mijn vader met wie ik als kind naar de kerk ging. Dat wilde hij graag na de dood van mijn moeder. ‘Ik geloof niet in God, pap,’ zei ik. ‘Dat maakt helemaal niet uit. Doe maar alsof,’ zei hij lief. En dat deed ik. Voor hem. En voor Hem, met een hoofdletter. Zo is het denk ik ontstaan.

En toen vader stierf, bleef ik met hem praten, zoals ik nu met Willem praat. Maar op een gegeven moment… Ik weet niet, ik deed het gewoon niet meer. Ik vond het ook raar. Lag ik met Willem in bed, na het neuken, dan dacht ik wel eens aan mijn vader en dan moest ik lachen als ik zogenaamd met hem sprak en dan schaamde ik me tegelijkertijd.

Het gesprek met vader en God verdween. En nu praat ik met Willem. Gek…

Eigenlijk spraken we niet meer zo veel. Als je jong bent, word je één als je met elkaar naar bed gaat, als je oud bent, word je één omdat je alles van elkaar weet. Maar wat weet ik feitelijk van hem? En wat wist hij feitelijk van mij? Feitelijk…

Toen we jong waren deden we niets anders dan praten met elkaar. ‘Met jou spreek ik meer woorden dan er sterren aan de hemel staan,’ zei hij. En misschien wil ik wel dat die sterren nu niet doven en praat ik daarom met hem door. Onzin, maar toch… Zoals ik mettertijd met hem zweeg, zo zal ik straks ook met hem zwijgen.

Aan het eind van zijn leven, zweeg mijn vader continu. Ik dacht dat het door zijn parkinson kwam. Misschien schaamde hij zich, dacht ik, want zijn stem trilde als hij iets zei. Nu denk ik dat hij met iedereen in gesprek was. Met mijn moeder,met mijn broer en wie weet met zijn ouders en met God.

Straks ga ik boodschappen doen, en als ik dan de deur uitloop zeg ik toch: ‘Dag Willem, tot straks.’”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden