null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Als je goed hugt, ervaart niemand dat als seksueel intimiderend

PlusNico Dijkshoorn

Ik mis het huggen. Net toen ik er goed in werd, mocht het niet meer van de regering. Ik leg mij daarbij neer, maar verdomme, u had mij moeten zien huggen. Dat was een feest. Nee, kunst. Ik las het gruwelijke artikel in de NRC van die kunstenaar vol met dominant zaad en hoe talloze galeriehouders er nu schande van spreken, terwijl ze een maand geleden nog persoonlijk zijn eikel stonden op te wrijven, en toen dacht ik: jongen, met je verwarde hoofd vol waterverf, je had moeten gaan huggen.

Als je goed hugt, is er geen mens op aarde die dat als seksueel intimiderend ervaart. Toch zette precies dat idee mij op jaren achterstand. Ik kom uit een familie die elkaar niet graag aanraakt. Toen mijn broer ooit naast mij kwam zitten op een tweezitsbank, gleden de haartjes op zijn arm langs de haartjes van mijn arm. Ik heb een nacht lang huilend mijn arm staan wassen.

Tanja heeft mij leren huggen. Opeens begreep ik het. Het was intiem en lief tegelijk. Het had helemaal niets met opwinding en voorvocht te maken, maar er ging een diep troostende werking uit van haar eerste hug. Dit was beter dan in groepsverband emotioneel op een djembé slaan.

Daarna ben ik zelf voorzichtig gaan huggen.

Ik moet hier wel mijn leermeester bedanken, die het huggen naar een heel ander niveau heeft getild. Wilfried de Jong, die een voorstelling van mij regisseerde, is de eindbaas van het ­huggen.

Wilfried is een lekker stuk mens om in je armen te hebben. Eindelijk eens iemand met minder haar dan ik. Als een gebroken riethalm drukte ik hem tegen mij aan. Wat Wilfried toevoegde, was het half verstaanbare gemompel tijdens het huggen.

Dat kende ik nog niet, maar het is essentieel tijdens een hug. Ik wil het graag komen voordoen, dan moet u me maar even mailen. Maar als ik het hier moet uitleggen, dan gaat het als volgt: je doet je armen om iemand heen en dan voel je hoe graag hij of zij het lichaam tegen jou wil aanvlijen.

Sommige mensen hangen als een stuk verrotte turf in je armen. Ik heb daar zelf ook aan moeten werken. Actiever hangen. Maar als het allemaal wederzijds is, dan begin je in elkaars nek te mompelen. Meestal zoiets als: “Ja man, jezus. Nou nou. Pffftt. Ja toch? Dat bedoel ik. Kom eens hier dan.”

Nooit zeggen: “Ik hang al met mijn wang tegen je baard.” Gewoon laten gebeuren en genieten.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden