Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Als ik over mensen van kleur zou schrijven dan schrijf ik over doodongelukkige mensen van kleur

PlusTheodor Holman

Vrouw – ook met hondje – wilde mij wel even ergens over spreken.

“Ik lees u altijd in de Volkskrant, en…”

“Ik schrijf in Het Parool, mevrouw.”

“Nou ja, dat doet er nu even niet toe. Het gaat om het volgende, mag ik even?”

“Gaat uw gang.”

“Kijk, ik lees u niet altijd, mijnheer Holman, maar ik vind u best leuk schrijven. Soms.”

“Dank u.”

“Maar wat mij opvalt is dat u altijd over Nederlandse mensen schrijft. Nooit eens een verhaal over een Surinamer of iemand uit Syrië of een moslim… Nou ja, dat heeft natuurlijk te maken met uw vriend Theo van Gogh… Maar ik denk: nou zou ik ook wel eens een verhaal willen lezen over iemand met een kleur.”

“Ja, is een goed punt, maar…”

“En dan schrijft u altijd maar over hoe naar, hoe rot de mens het heeft. Mag het ietsje optimistischer? Ietsje vreugdevoller? Zodat ik kan denken: nu kan ik de dag weer aan.”

“Dus meer over mensen van kleur en optimistischer.”

“Ja, mensen zoals u moeten andere mensen met hun woorden moed geven.”

“Moed…”

“Ja, we hebben allemaal een rotleven, mijnheer Holman. Allemaal. Bill Gates… heeft u het gelezen? Die moet op zijn zestigste scheiden. En dan ben je zo rijk… Doodongelukkige mensen.”

“Maar als ik dan over mensen van kleur ga schrijven dan schrijf ik over doodongelukkige mensen van kleur.”

“Ja, dat moet u dus niet doen. Ik ken een familie van kleur en die hebben kinderen en één van die kinderen gaat studeren. Daar word ik nou warm van.”

“Ik ook.”

“Maar daar schrijft u dan niet over.”

“Nee, maar ik schrijf vaak over mijn ouders, kleinkinderen, familie en die hebben allemaal een kleurtje. En mijn hond ook, zoals u ziet.”

“U neemt mij niet serieus!”

“Ik neem u heel serieus. Nou, een beetje.”

“Hè, waarom zo onaardig? Ik bedoel het goed. Ik ben ouder dan u, mijnheer Holman, ik heb veel van de wereld gezien. Ik heb in Afrika gewoond en gewerkt. En toen kwam ik terug in Nederland, omdat mijn man was overleden. En ik zie alleen maar onvrede, naargeestigheid, woede. Soms lijkt het of we elkaar kapot willen maken… Ik heb gezien hoe in Afrika alles echt werd kapot gemaakt. In Ghana, Zuid-Soedan, Burundi… Een dier denkt aan eten, een mens aan doden. Ik heb veel dood gezien, veel vernietiging. Ik ben nu 80. Ik wil optimisme, mooie woorden.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden