James Worthy Beeld Agata Nowicka

Als ik naar Maradona kijk, is het tweede wat ik voel medelijden

Plus James Worthy

In de bioscoopzaal kijk ik naar een documentaire over Diego Maradona. Op de poster in de hal stonden de woorden rebel, hero, hustler, god. Vanwege het derde woord heeft Diego zelf in een interview naar buiten ­gebracht dat hij hoopt dat niemand de documentaire zal gaan kijken: ‘I played football and I made money running after a ball. I didn’t hustle anyone.’ En toch zit ik hier in een rode klapstoel die piepte toen ik erin ging zitten.

Ik heb een zwak voor de Argentijn die van wonderkind naar halfgod ging en van halfgod naar middelmatig mens. In de documentaire zitten veel onnavolgbare doelpunten, maar ook de bikkelharde tackles die hij moest incasseren komen langs. En hij incasseerde ze. Veel extreem goede voetballers wisten precies wanneer de tackle kwam. Cruijff voelde het en ontweek de noppen van de tegenstander met een sprongetje. Diego voelde het misschien ook wel, maar hij maakte bijna nooit dat sprongetje.

Maradona wilde geraakt worden. Hij verwelkomde de noppen van de slager. Alsof hij de pijn nodig had. Pas als je hem in tweeën probeerde te breken, kon hij in een halfgod veranderen. Maradona gebruikte de smerige trappen van zijn tegenstander om richting de hemel te klimmen.

De documentaire begint in Napels. Juli 1984. De stad had in die tijd weinig om trots op te zijn. De maffia deelde de lakens uit en de politie gooide die lakens over alle lijken heen. En toen was daar opeens Maradona. Hij ­bezorgde de armste stad van Europa zilverwerk. De ­inwoners maakten een god van hem. Zijn foto hing naast Jezus boven alle bedden. Ze plaatsten hem op een wolk en niet veel later begon de val.

Toen hij in Napels aankwam, stonden er tienduizenden mensen op het vliegveld. Toen hij wegging stond er niemand. Een man van 1,65 meter droeg de hele stad, maar toen hij knakte was er niemand om hem te dragen.

In 1986 maakte Maradona met behulp van zijn goddeloze vingers en zijn goddelijke tenen Argentinië ­wereldkampioen. Hij werd ooit in Argentinië geboren, maar gedurende die zomer werd Argentinië in Maradona herboren. Voor even was zijn talent de hoofdstad, zijn hartslag het volkslied en zijn onbegrensdheid de douane.

Als ik naar Maradona kijk, is ­jaloezie het eerste wat ik voel. Een man met een bal. Hij had niet het lichaam van Pelé en niet de ogen in de rug zoals Cruijff, maar toch wist hij de allerbeste te worden.

Als ik naar Maradona kijk, is het tweede wat ik voel medelijden. In mijn jeugd voetbalden mijn buurtvrienden en ik dagelijks op de binnenplaats van het Amsterdams Lyceum. Ik was altijd Maradona. Ik wilde hem van top tot teen zijn. Als ik vandaag de dag op een pleintje voetbal, wil ik alleen nog maar de benen van Maradona zijn. Twee benen in een kort broekje. Met de rest van zijn lichaam heb ik medelijden.

Op het voetbalveld kon hij vliegen, maar buiten het stadion was er tegenwind. Hij had zichzelf leren voetballen, maar er bestaat geen school voor halfgoden. Er is geen handleiding. Geen LOI-cursus. Op het veld was hij een ster, maar zonder bal wist hij niet hoe hij in de lucht moest blijven hangen. De cocaïne had beloofd zijn vleugels te zijn. Niet veel later stortte hij ter aarde. En de hele wereld genoot van zijn val. Het is nu 2019. Maradona valt nog steeds.

Ik hoop dat de hand van god hem opvangt.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden