Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Als eenvoudige misdaadjournalist gaan deze gruwelen me de pet ver te boven

PlusPaul Vugts

Paul Vugts

Een vakantietripje naar Polen bracht ons in Auschwitz-Birkenau – oef. Op aanraden van een vriend en collega had ik alvast het aangrijpende boek van overlevende Eddy de Wind gelezen: Eindstation Auschwitz. Mijn verhaal vanuit het kamp (1943-1945). De in 1987 in Amsterdam overleden arts, psychiater en psychoanalyticus beschreef uit eerste hand de verschrikkingen vanuit het kamp waarnaar hijzelf en zijn geliefde in 1943 waren afgevoerd.

Zelden kwam een boek voor mij zo overweldigend tot leven. We lieten ons ruim vier uur door Auschwitz 1 en het bijbehorende vernietigingskamp Birkenau leiden, zoals (buiten coronatijden) 2 miljoen bezoekers dat jaarlijks doen. Door de woonblokken en barakken, langs die bergen schoenen, koffers, afgeschoren mensenhaar en lege Zyklon-B-blikken. Door de oudste van de gaskamers en het bijbehorende crematorium, langs de puinhopen van de grotere varianten die de nazi’s opbliezen vlak voordat ze in januari 1945 voor de Sovjets vluchtten.

Dat cynische, extreem efficiënte systeem waarin meer dan een miljoen slachtoffers zo systematisch zijn vernederd, uitgeput en vernietigd. Het complex, de bossen eromheen, de velden: alles ademt schuld.

Daar was weer het gevoel dat me ook had gegrepen in het Kigali Genocide Memorial Centre waar de Rwandezen onverbloemd die onwaarschijnlijke genocide uit 1994 herdenken. Bam: alles recht in je gezicht, opdat we nooit zullen vergeten, of ontkennen.

Ik voelde weer de stompen in de maag van de slavenforten en slavernijmusea in Afrika en op Curaçao.

Als eenvoudige misdaadjournalist gaan deze gruwelen me de pet ver te boven. Even was daar wel de gedachte aan mijn werk thuis, toen de gids uitweidde over de Duitse zware criminelen die in Auschwitz tot blokoudsten werden gepromoveerd, omdat hun tirannieke inborst en sadisme zeer bruikbaar waren om de beklagenswaardigen in de blokken en barakken nog dieper de ellende in te drukken.

Welke prominenten in de hedendaagse Nederlandse misdaad zouden thuis zijn in zo’n rol? Ik kon er een paar bedenken, maar noem geen namen, die beschuldiging zou veel te groot zijn.

Ook dreven mijn gedachten naar de journalistiek van nu, in bredere zin. Waarin de dwaallichten met Jodensterren op hun borst ruim aandacht krijgen als ze tegen de coronamaatregelen demonstreren. Wat te meer geldt voor – vrij naar Willem Wilmink – die schreeuwer met zijn alternatief voor onze democratie, die de term Holocaust tussen aanhalingstekens zet en het oorlogsleed misbruikt als hij in zijn treurige rally’s zijn aanhangers tegen de normale mensen opzweept.

In het café in Krakau waarin we bijkwamen, hing een affiche in regenboogkleuren. ‘Auschwitz kwam niet uit de lucht vallen’ stond erop, zeiden kroeggenoten die het citaat vertaalden van de gevierde historicus en journalist Marian Turski – die Auschwitz en Buchenwald heeft overleefd.

Hear, hear.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever. In de Taghi Podcast vertelt hij samen met collega Wouter Laumans over ontwikkelingen in het proces rond Ridouan Taghi.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden