James Worthy Beeld Agata Nowicka

Als dieren zich staande kunnen houden in de stad, kan ik het ook

Plus James Worthy

Op het dak van de onderburen ligt een grote regenplas waarin twee duiven aan het badderen zijn. Het badderen ziet er bijna als dansen uit. Ze steken de ene vleugel in de lucht en duwen de andere vleugel onder water en daarna steken ze de natte vleugel in de lucht en de nog droge vleugel in het regenwater. Als allebei de vleugels nat zijn, wapperen ze de vleugels droog, maar de rest van hun lichaam nat. Ik kan er uren naar kijken.

Laatst schreef ik op Twitter dat ik al vier dagen naar een mooie foto aan het kijken was. Zeker twintig mensen zeiden dat ze me niet geloofden. De volgende vier dagen keek ik ononderbroken naar hun ongeloof. Een man uit Alkmaar zei dat ik een triest leven had. Een vrouw uit Oss zei dat ik het overduidelijk niet druk had en dat ik een baan moest zoeken. Ik keek een paar tellen naar de blockknop en daarna blockte ik de man en de vrouw. We zijn nu drie weken verder en ik mis de ongelovigen niet. Ik heb cynisme nog nooit in een ­regenplas zien dansen.

Naast het dak van de onderburen staat een boom. Ik weet niet wat voor soort boom het is, maar ik zou er graag een keer in klimmen. Maar er wonen vogels in. Ik wil ze niet storen. Ik weet niet wat voor soort vogels het zijn, maar ik zou graag een keer met ze zingen.

Soms zijn ze weg en dan zitten er opeens andere ­vogels in hun nest, alsof hun nest op Airbnb staat. ­Eksters met rolkoffers. Kraaien zigzaggend op huur­fietsen.

Als ik dieren in de stad zie, weet ik dat het wel goedkomt met Amsterdam. Zolang er dieren zijn, is de stad nog bewoonbaar. Een reiger op een bushokje. Een meerkoet in de gracht. Twee verliefde konijnen die door het Vondelpark huppelen alsof de stad hun eigendom is. Een meeuw die een vuilniszak opentrekt in de Van Eeghenstraat. Een wesp die in het blikje energy­drank van een scholier verdwijnt en drie weken niet kan slapen. Een meterlange snoek die heerlijk door de Herengracht zwemt. Hij volgt de waterfietsen en eet ­alles op wat de toeristen in het water laten vallen. Laatst heeft hij voor het eerst een stukje stroopwafel gegeten.

Vorig jaar was ik een week in Oost-Londen. Gedurende mijn verblijf liep ik een keer van de kroeg terug naar mijn hotel. Opeens stond ik oog in oog met een vos. Het beest was overduidelijk oranje, en toch bleef ik staan. De vos rende een steegje in en verdween tussen de bakstenen die voskleurig waren. Ik wilde het beest achtervolgen en aan hem vragen waarom hij in de stad woonde. Maar ja, de vos woonde al in Londen toen Londen nog geen Londen was. Eigenlijk had die vos aan mij moeten vragen wat ik daar deed.

Als ik zie dat dieren zich staande weten te houden in de stad, weet ik dat ik me staande kan houden in de stad.

In de avond kijk ik naar een dwergvleermuis die door de binnentuin vliegt. Het diertje is net zo groot als een paracetamolstrip. Het plukt de muggen uit de lucht. Het is stil in de stad.

In de verte kan ik een duif patat horen eten.

Het komt wel goed met Amsterdam.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden