Plus Column

Als de zon begint te schijnen, kunnen we uit onze bubbel

Pepijn Lanen Beeld Corné van der Stelt

Het duurt altijd even maar dan heb je ook wat. De zon is er weer. De stad leeft helemaal op. Ik heb niet meer de hele tijd de behoefte om te vluchten, het land uit dan wel mezelf in.

Het begon vorige week met een dagje, direct gevolgd door een dag regen, naar mijn gevoel zodat men de zonneschijn van de vorige dag des te meer zou waarderen. Toen we echt klaar leken om de zon ten volste te waarderen begon deze week dan het echte genieten.

Regen heeft ook zo zijn functies. Ik voel me intelligenter als het met bakken uit de hemel valt. Ik luister de ene podcast na de andere half, over crypto-currency en blockchain en de near zero market economy.

Ik praat heel erg over links naar artikelen in een whatsappgroep met gelijkgestemden waar we veel links naar artikelen plaatsen en over links praten.

Ik lees een paar boeken tegelijk een beetje. Ik knik naar een cursus Spaans en Japans die ik op een plankje heb liggen terwijl de druppels harder en harder op het dakraam kletteren.

Maar als de zon begint te schijnen, leeft de stad op en kunnen we uit onze bubbel. Uit mijn hoofd het leven weer in. Ik fiets met mijn vrouw door de stad en we zien het allebei tegelijk: de prachtige stad. Ik weet niet of het nou een specifiek stukje gevel-architectuur is of iets anders maar ik denk het en zij zegt het. 'De stad is wel echt mooi. Echt echt mooi.' Ik kan niet anders dan het ermee eens zijn.

In plaats van elke ochtend wakker worden en al moe zijn van de dag voordat die goed en wel begonnen is, voelt elk ontwaken als het begin van een prachtige nieuwe reis. Hoe eerder ik wakker word hoe fijner ik me voel. (Ik trek wel de grens bij zeven uur in de ochtend; voor zeven uur in de ochtend wakker worden is alleen voor als je een vliegtuig naar ergens ver weg of leuk of ver weg en leuk gaat pakken.)

Ik hoor vogels ook al zie ik ze niet maar dat is ook oké. Ik fok ook ineens met bloemen. Ze staan symbool voor het onaangename weer dat even overwonnen is door het aangename. Hun bloeien een toonbeeld van de kracht van het goede over het kwade.

Een paar pioenrozen nemen het onrecht in de wereld niet weg, natuurlijk, maar als ik langs het schone park wandel en de mensen rond het monument zie liggen heb ik toch iets minder het idee dat de algehele pleuris op uitbreken staat dan een paar druilerige weken geleden.

Een bouwvakker glimlacht naar mijn kind en we beseffen dat we leven. Straks is het allemaal voorbij. Dan zijn we eraan gewend en is het weer te warm. De planten fotosynthetiseren te veel en iedereen moet weer het land uit en zijn bek houden. Of er gaat weer een bom af ergens. Maar tot die tijd leven we.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden