Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Als de pont begint te varen, slaat de man het boekje open

Plus Femke van der Laan

Ik sta op de pont, nog net onder het afdak. Het voorwiel van mijn fiets is wel buiten. Ik ga naar de overkant om een film te zien. Het is druk op de pont. We zijn nog niet vertrokken, maar iedereen kijkt naar voren. Alsof we al gaan. Alsof we al varen en er naar het land in zicht gekeken moet worden. In de verte. Met handen net boven ogen, tegen wenkbrauwen aan.

Aan de andere kant van het gangpad staat een man. Hij kijkt niet naar voren. Hij kijkt in de plastic tas die voor zijn knieën bungelt. Met twee handen houdt hij de tas open. Ik probeer ook in de tas te kijken, maar we staan te ver van elkaar af. Ik kan niet zien wat erin zit. De man laat een hengsel los en eventjes zwaait de tas heen en weer. Dan haalt hij er een opschrijfboekje uit. Het is blauw. En dun.

Als de pont begint te varen, slaat hij het open.

Ik kijk naar de overkant. Naar het land in zicht. En dan weer naar de man. De plastic tas staat tussen zijn voeten en steekt een beetje uit. Zoals mijn voorwiel. De man houdt het opschrijfboekje voor zijn buik. Het zit klem tussen zijn duimen en zijn vuisten. Bijna horizontaal. Hij heeft zijn kin op zijn borst. De bladzijden beneden hem zijn dicht beschreven. Met een blauwe pen.

Ik zie hier en daar pijltjes en sommige woorden zijn onderstreept, soms wel met twee lijntjes, maar ik kan niet lezen wat er staat. Even overweeg ik iets dichterbij te gaan staan. Een stap te zetten. Maar het zou weinig uitmaken. Pas als ik achter hem zou staan, over zijn schouder zou kijken, zou ik met hem kunnen mee­lezen. Ik blijf aan mijn kant van het gangpad.

De lippen van de man bewegen. Prevelen. Ik kan het niet verstaan. Hij leest zichzelf voor. Even doe ik mijn ogen dicht, om beter te kunnen luisteren, maar de wind en de motor en de gesprekken om ons heen winnen het van de woorden en de pijltjes en de strepen. Als ik mijn ogen weer opendoe, lijkt het alsof de man beweegt, van voren naar achteren, wiegend. Als bij een gebed.

Ik stel me voor dat dat in zijn opschrijfboekje staat. Een gebed. Gebeden. Zelfgeschreven. Dit is het pont­gebed. Voor een veilige overtocht. Als ik beter kijk, zie ik dat we allemaal bewegen.

Bij het land in zicht slaat de man zijn boekje dicht en bergt het op. We zijn veilig over. Als we de pont verlaten, geef ik de man voorrang.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden