Beeld Sjoukje Bierma

Als de onvermijdelijke oneliner klinkt, is de dag begonnen

PlusMaarten Moll

Ik werd wakker van de stilte. In de stad is er altijd geluid. Dag en nacht. Vrachtwagens, katten die hun ­territorium bevechten, te hard pratende nachtbrakers, wegwerkers die om zeven uur al met materiaal smijten. (Ik hoor ook alweer de rolkoffertjes.)

Hier, op de camping in G., luister ik naar de stilte. (Het geluid van de dieren reken ik ook tot het domein van de stilte.) Tot de onvermijdelijke oneliner klinkt. De ene dag iets vroeger, de andere dag iets later, maar altijd, en nu al drie ochtenden achter elkaar.

“Mama ik moet plassen.” (Ik denk dan glimlachend aan De Dik Voormekaar Show.)

En dan is de dag begonnen.

Ritsen die omhoog worden getrokken.

Gerommel in de voortenten. (“Wie zet hier nu een glas water neer!”)

Nog meer ritsen die omhoog worden getrokken. Huilende kinderen (nogal veel, als u het mij vraagt).

Geklep van slippers.

Zinnen uit tenten en vanaf het pad naast onze tent.

“Ik heb gisteren de hond ’s ochtends uitgelaten, nu ben jij aan de beurt.”

Het al even onvermijdelijke hoesten en kuchen en rochelen en niesen.

“Pieter!”

Alle ritsen die omhoog worden getrokken.

“Wilma, waar ligt mijn korte broek?”

“Nee, we gaan eerst naar de wc en op de terugweg halen we broodjes.”

Zingende kinderen.

“Pieter, waar ben je?!”

“Die man is niet helemaal oké, hoor, weet je wat ie Dineke heeft aangedaan?”

“Ik wil boter op mijn brood! Ik wil boter op mijn brood, maar ik wil het niet zelf smeren.”

“Nee, Rufus, niet hier, we gaan naar het bos.”

“Als je nu niet ophoudt met zeuren…” (Al gehoord om half zeven.)

“Pingpongballetje ruilen voor je hond?”

“Ja, we gaan wel naar Westerbork. Je broer heeft dat gekozen, en jij mag morgen kiezen wat we gaan doen. Heel flauw als je nu gaat dwarsliggen, Julia.”

“Ik lust geen bruine bolletjes.”

“Nee, man, die graancirkels zijn echt nep, hoor.”

“Zet die muziek eens wat zachter!”

“Stanley, heb jij Pieter gezien?”

“Nee, ik wil niet op het potje, ik wil op de echte wc.”

“Wat jij gisteren zei over Veltman klopt gewoon niet.”

“Hoi. Ik ben al zes!”

“Pieter!!!”

“Franse auto’s zijn roestbakken.”

“De koffie is op. En wie heeft dat lege pak crackers weer in het kastje gezet?”

“Ik zeg nog tegen Henk, Henk, zeg ik…”

Nu huilen er zeker vier kinderen tegelijkertijd. En we hebben, al minutenlang, een krijsend geval.

Wie heeft deze camping uitgezocht?

Ik begin nu alweer te verlangen naar de vracht­wagens, de ruziënde katten, het smijten met bouw­materiaal. Ook niet gezond.

Geen idee wat er met Pieter is gebeurd.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden