Column

Als de mens dood is, danst de kanker op tafel

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Ik was al aan deze column begonnen. Hij wachtte on­geduldig op me op mijn bureaublad. Hinderlijk gretig. De column tikte met zijn zegelring op het tafelblad.

Maar ik negeerde hem. Ik negeerde de column die ik niet af wilde maken.
Drie maanden geleden belde mijn vader. Hij stond op de parkeerplaats van het Antoni van Leeuwenhoek­ziekenhuis. Mijn vader at een broodje kaas toen hij mij het slechte nieuws vertelde. Ik probeerde iets te zeggen, maar de woorden stonden in de file op de ringweg rond mijn hart.

"Gaat het, Djeemo?" vroeg hij.

"Om eerlijk te zijn, zit ik te wachten tot mijn wereld ­instort. Dat zeggen mensen toch altijd op dit soort ­momenten? Dat hun wereld instort. Maar hier staat ­alles nog, pa. Mijn wereld staat steviger dan ik had verwacht."

Antoni van Leeuwenhoek, geen enkele naam kan een mens zo snel zo verschrikkelijk bang maken. Als je zijn naam hoort, kun je de begrafenis al bijna ruiken. De kist, de bloemen en de tranen die de geur van dure mascara met zich meedragen. Ik kon mijn vader al zien liggen in zijn kist. Een stropdas rustend op zijn voorgoed pauzerende borstkas. Glimmende schoenen. Doffe ­ellende.

Ik zag mezelf naast de kist staan. Ik keek naar mijn ­vader. Gewoon een jongen uit Liverpool die naar ­Amsterdam kwam en per ongeluk verliefd werd op mijn moeder in een kroeg op de Martelaarsgracht.

Mijn ­vader lag met zijn hoofd in de aardbeivelden van The Beatles en met zijn benen in het Vondelpark. Ik kon hem echt zien liggen. Hoe hij daar lag te slapen, voor het eerst in zijn leven zonder te snurken.

Ik legde mijn hoofd op zijn buik, maar ik hoorde niets knorren. Het enige wat ik hoorde was feestmuziek en gelach. Als de mens dood is, danst de kanker op tafel.

Het is gek wat de naam Antoni van Leeuwenhoek met je kan doen. De beelden die je ziet. De herinneringen die zich aan je opdringen. De allesvernietigende on­zekerheid die zich meester van je maakt. En de woorden die in de file staan op je oogleden.

Uitgezaaid. Goedaardig. Bestralen. Kwaadaardig. Schoon. Uit­behandeld. Misschien is schoon wel het engste woord van allemaal. Ik heb het vaak gehoord. Schoon. En dan, een jaar later, laat die familieverscheurende kloteziekte die eventjes weg was zijn kwaadaardigste spierballen zien.

Gisterochtend belde mijn vader me wederom op vanaf de parkeerplaats van het ziekenhuis. Ook dit keer at hij een broodje kaas.

"Djeemo, ik heb goed nieuws en slecht nieuws," zei hij.
"Begin maar met het slechte nieuws dan."
"Liverpool gaat dit jaar weer geen kampioen worden," lachte hij.

"En het goede nieuws?"
"De kanker is niet uitgezaaid, jongen."

Toen mijn vader dat zei, stortte mijn wereld in van ­geluk.

"Maar ik heb je begrafenisspeech al geschreven," snotterde ik.
"Lees de eerste zin dan eens voor. Als ik het nu niet hoor, hoor ik het nooit."

'Wie gaat me nu naar voetbaltraining brengen?'

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.