Karin Spaink. Beeld Artur Krynicki
Karin Spaink.Beeld Artur Krynicki

Als ambtenaar hou je dan gaandeweg gewoon je bek

PlusKarin Spaink

Al langer piekerde ik hoe het kabinet er nu een noodwet over de avondklok doorheen kon jagen die de juiste grondslag miste. Dat de Kamer het niet doorhad, kan ik me voorstellen: die beschikt niet over een gespecialiseerd leger ambtenaren. Maar Justitie en Binnenlandse Zaken wel. Had er niemand met kennis van grondrechten bij een topambtenaar aan de bel getrokken? Had geen enkele stafchef zijn of haar minister gewaarschuwd dat die op het punt stond te blunderen? Ik kon het me slecht voorstellen.

Tot ik een interview met Onno Ruding hoorde, minister van Financiën onder Lubbers, in de jaren tachtig. Ruding haalde daarin uit naar de Algemene Bestuursdienst; de pool van hoge ambtenaren, die geregeld van directoraat – en soms ook van ministerie – moeten wisselen, als waren ze deelnemer aan een stoelendans zonder nieten. Dat kwam neer op systematisch afbreuk doen aan het belang van vakkennis, vond Ruding: zo schiep je een generatie van generalisten, die eerder manager waren dan specialist. Er zouden veel meer vakinhoudelijke eisen aan hun benoeming moeten worden gesteld.

Ruding liet de term ‘bontkraag’ vallen: topambtenaren die als een beschermlaagje om de nek van hun minister klitten. Hoogleraar Roel Nieuwenkamp schreef in 2014 een boek over deze ‘functioneel-gepolitiseerde’ topambtenaren: Schaduw­politici, bontkragen en blokkendozen. Ze fungeren eerder als ministeriële entourage of hofhouding dan als kritische deskundigen; ze zijn er meer om hun minister te stutten en steunen dan om solide beleid te bepleiten en als advocaat van de burgers treden ze zelden op, omdat zulks hun minister niet behaagt.

Hoge ambtenaren hebben geleerd de minister te dienen, in plaats van het land en de burgers. Alles uit loyaliteit. Alles, uiteindelijk, ook om niet zelf ten onder te gaan: niet op alle ministeries en overheidsorganen is de cultuur even prettig. Interne kritiek is ook onderling minder welkom, zelfs in die mate dat ie makkelijker stokt in plaats van vrijelijk stroomt. De Belastingdienst zette nota bene de jacht in op zijn eigen klokkenluiders toen de toeslagenaffaire ontlook.

En ineens realiseerde ik me: dit hoort ook bij de Ruttedoctrine, of beter: het is er een gevolg van. Als je als ambtenaar wordt geacht een minister te beschermen die geen fundamentele kritiek duldt, houd je gaandeweg gewoon je bek, zeg je drie keer ja en amen tegen je baas, leg je pro forma wat zout op een slak om te bewijzen dat je toch ergens toe dient, en denk je ondertussen: struikel dan maar over je eigen rotwet. Ik bemoei me er niet meer mee.

En dan wacht je braaf tot je bij het volgende ritje van de carrousel op een andere toppositie bent beland. Lang leve de stoelendans. Met je bontkraag.

Tip voor Tjeenk Willink: ­tegenmacht hoort ook in de ambtenarij thuis. Schaf de ­Ruttedoctrine af, en zorg dat topambtenaren de luis in de pels van hun minister kunnen zijn. Dat is beter voor het beleid.

Karin Spaink schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden