Plus

Als Adam en Eva uit het paradijs verdreven

Theodor HolmanBeeld Wolff

Ik heb net De Indië-monologen in de Stadsschouwburg in Amsterdam gespeeld als er een stokoude man op mij afkomt. Stokoud, omdat hij steunt op een prachtig bewerkte wandelstok. Hij draagt een jas van zwart velours, heeft krachtige grijze haren en z'n peau de ­suède schoenen lijken zo uit de doos te komen, maar zouden ook zomaar voor hem gemaakt en ontworpen kunnen zijn.

Hij geeft mij een hand en zegt: "Indië, ik was dertien toen ik er weg moest met mijn ouders. Ik heb altijd het gevoel gehad dat we toen uit het paradijs werden verdreven, als Adam en Eva. En weet u, ik heet Adam en mijn zusje heette Eva. Heette, zij is dood. Tien jaar geleden alweer. Het heeft me altijd verbaasd. Dat je als kind kunt voelen dat je in een bijbelverhaal zit. Verbannen uit het paradijs. En dat ik niet wist waarom."

De man pakt mijn arm om steun te zoeken. "Ik ben later wel terug geweest. Een paar keer zelfs. Ik mag wel zeggen vele keren. Maar dat paradijs... Het was niet weg, het was daar, maar ik kon het niet vinden. Begrijpt u dat? Als ik daar over de zee uitkeek, de stemmen hoorde, de geuren rook, de palmen zag, dan voelde ik dat hier het paradijs moest zijn geweest. Ik herkende het. Maar toch was het verdwenen. Mijn vriend zei: 'Het is hier heerlijk.' Ik zei: 'Het was hier mooier, intenser, liever, heerlijker.' Het maakte verdrietig. Begrijpt u dat? Er ontbrak iets."

"Uw ouders?"

"Nee. Het heeft met het leven zelf te maken. Met mij ook. Ik was anders. Anders dan mijn vriendjes in de klas. Ik hield niet van voetbal en sport, ik wilde wel drinken, dansen. Ik hield van De Odeon Kelder, de Engelse literatuur, van mannen. Mannen die jongens waren en bleven. Dat kreeg ik niet bij Indië gevoegd, begrijpt u?"

"Niet precies. U heeft uw vriend meegenomen, zei u daarnet."

"Ja, hij vond het heerlijk. Maar het paradijs heb ik nooit kunnen terugvinden. Altijd dat gevoel dat ik eruit verjaagd was. Ik, Adam. Mijn zuster had dat trouwens niet. Zij is ook nooit meer teruggegaan."

"Indië bestaat niet meer," zei ik.

"Ik nader ook het einde van mijn leven. Ik ben katholiek. Ik hoop op een paradijs als Indië. Al geloof ik niet dat ik daar recht op heb."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden