James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Alles wat je niet bent, kun je op de kermis zijn

Plus James Worthy

De kermis staat op een plein waar normaal geen kermis staat. Mijn zoon gooit stoffen ballen naar opgestapelde blikken. Hij is zo ontzettend aan het genieten dat hij niet doorheeft dat de blikken op een nogal onnatuurlijke manier omvallen. Na twintig euro aan ballen gegooid te hebben, heeft hij genoeg punten voor een namaak Super Mariopop.

Het is een warme zomerdag. Wespen dansen om suikerspinnen heen. Tieners hebben frisdrankflessen met wodka gevuld. Bij de uitgang van de zestig meter hoge zweefmolen staat een meisje te kotsen.

Mijn zoon wijst naar de grijpmachines. Hij wil dat ik de Buzz Lightyearpop voor hem win. Ik gooi een muntje in de machine, laat de grijper precies boven Buzz hangen en druk op de rode knop. De grijper zakt richting het speelgoed om vervolgens een slappe hand aan het goedkoopste pluche te geven. Zes keer probeer ik met de klauwen van een dode buizerd mijn zoon ­gelukkig te maken, maar het lukt niet. Om het goed te maken gaan we in het reuzenrad.

In het reuzenrad kijken we uit op een gedeelte van de stad waar we helemaal niet naar willen kijken. We zien lege voetbalvelden, doelen zonder netten, een parkeerplaats van een bouwmarkt en een rood bestelbusje dat de autowasstraat verlaat. In de verte zien we flats staan. Balkons vol vergeten huisvuil. Kratjes pils opgestapeld tot het plafond. Kattenbakken vol vogelpoep. Naast de flats staat een bejaardenhuis. Op de vijfde verdieping staat een vrouw voor het raam. Ze heeft krulspelden in. De vrouw zwaait. We zwaaien terug.

Naast het bejaardenhuis zit een fastfoodrestaurant. Een alleenstaande vader koopt Happy Meals voor zijn twee ongelukkige dochters. Ze gaan aan een tafeltje zitten. Frietjes, een cheeseburger, wat drinken en een speelgoedje. Ze halen het speelgoedje uit het plastic, kijken ernaar en besluiten vrijwel direct dat ze er nooit mee zullen spelen.

Mijn zoon en ik lopen over de kermis. Er staat een rij bij de boksbalautomaat. Jongens met gel in het haar slaan hun schouders uit de kom. We blijven even bij de botsauto’s staan. Volwassen mannen besturen de wagentjes met één hand. Ze beuken met het volle gewicht in op scholieren die over een paar weken hun boeken weer moeten kaften. De mannen verliezen van het leven, maar voelen zich in de botsauto’s een winnaar.

Alles wat je niet bent, kun je op de kermis zijn. De mannen proberen kortstondig aan de vicieuze cirkel te ontsnappen door in attracties te stappen die heel snel rondjes draaien.

Mijn zoon wijst naar de muntenschuivers. Hij wil dat ik een Pikachuknuffel voor hem win. Ik geef tien euro aan een vrouw in een hokje. Ze is een magnetronmaaltijd leeg aan het lepelen.

Het muntenschuiven gaat lekker. Ik win en ik win en ik win. Met een bak vol punten lopen we terug naar het hokje. “Hebben we genoeg punten voor de Pikachuknuffel?” vraag ik. De vrouw lacht en wijst naar de prijzen die links van haar staan. Een plakbandhouder. Kerstpakketkleurpotloden. Een sleutelhanger met

Linda de Mol erop. Een pak rooibosthee.

Teleurgesteld lopen we naar huis.

“Het leek wel of we niet konden winnen,” zegt mijn zoon.

“Dat is ook zo. Die spellen waren niet helemaal eerlijk.”

“Waarom niet?”

“Dat is niet belangrijk. Soms is het leven gewoon ongrijpbaar.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden