Femke van der LaanBeeld Artur Krynicki

Alles past in mijn jaszakken

PlusFemke van der Laan

Toen ik weer naar buiten mocht, was de straat waarin ik woon langer dan ik me herinnerde. Ik was blij dat het verkeerslicht op rood stond en ik even stil kon staan, met mijn handen in mijn jaszakken. Het was ook kouder dan ik me herinnerde.

Op de stoep, bij het fietsenrek, stond een vrouw. Ze had iets vierkants in haar ene hand, een spiegeltje, waar ze in keek terwijl ze met haar andere hand een grote kwast over haar gezicht liet gaan, lange halen op haar wangen en wat kortere op haar voorhoofd. Daarna ging de kwast haar tas in, het spiegeltje niet, en haalde ze een lippenstift tevoorschijn.

In mijn ooghoek zag ik dat het groen was, het verkeerslicht, maar ik bleef nog even staan. Er was niemand achter me. Ik kon nog even ademhalen. De lippenstift was rood.

Ik zag mezelf weer, hoe ik net voor de spiegel stond, bleek nog, met wallen, en dacht hoe fijn het moest zijn als je zoiets kon, met een kwast, uit een tas. Ik voelde in mijn jaszakken. Ik had geen tas. Alles paste in de zakken van mijn jas. Sleutels. Mijn telefoon. Mondkapje. En vijftig cent, van eerder dit jaar, toen het nog koud was, voor het winkelwagentje. Ik probeerde uit te rekenen hoelang we het gedaan hadden, muntjes in winkelwagentjes stoppen. Ik was een jaar of zeven.

“Anders brengen ze ze niet terug.”

“Wie?”

“De mensen. Ze nemen de winkelwagentjes mee naar huis, maar brengen ze niet terug. Dan staan ze overal. Daarom moet er nu geld in.”

Ik had de straten voor me gezien, tussen de supermarkt en het huis waar ik woonde, maar ik kon me geen winkelwagentjes herinneren.

“Zetten ze die dan bij hen binnen?”

Ik hoorde de “nee” weer die werd gezegd. Dat was het. Ze stonden niet binnen. Waar ze dan wel bleven, die winkelwagentjes, werd niet duidelijk.

Ik keek naar de vrouw bij het fietsenrek. Ze haalde een tissue uit haar tas en stak hem tussen haar lippen. Het was weer rood, het verkeerslicht. De tissue verdween in haar jaszak. Ik hield de munt van vijftig cent tussen mijn duim en middelvinger en liet hem heen en weer rollen. Ik dacht aan de winkelwagentjes die afgeplakt waren, met brede tape, zodat er geen muntjes meer in konden en ik zag de straten voor me, tussen de supermarkt en het huis waar ik woon. Er stonden geen winkelwagentjes.

Het verkeerslicht sprong op groen. Ik haalde mijn handen uit mijn jaszakken en hoorde het muntje tegen mijn sleutels tikken. Naast me verdween het spiegeltje in de tas.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden