Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘Alles goed voor elkaar, en opeens ben je anderhalve meter van je dood verwijderd’

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Hij mocht slapen. Even achter de loopgraven. Zijn maten zouden hem beschermen. Hij had geen zin om te lezen. Hij wilde eigenlijk niks. Ook deze nacht zou het waarschijnlijk niet lukken om een paar uur te slapen. Slapen deed je nooit of juist altijd.

Z’n gedachten dreven weg.

En opeens moest hij lachen. Hardop.

“Waarom lach je?” vroeg z’n kameraad die naast hem met een schrik was wakker geworden, maar het hem niet kwalijk nam.

“Lachte ik echt?”

“Ja… Wat dacht je?”

“Ik weet het niet… hoewel… vorig jaar studeerde ik af. Ik kreeg een prachtig diploma. Ik was eindelijk econoom. Ik kreeg applaus van mijn medestudenten. Mijn vader huilde. Hij had… ik schaamde me daarvoor een beetje… een foto van mijn moeder meegenomen en hield die op zijn schoot alsof het een kleine poes was.”

“Aardig… Maar waarom moest je nou lachen?”

“Ik weet niet meer hoe mijn gedachten precies gingen. Ik heb op de avond van mijn afstuderen… we waren allemaal dronken… Masjenka ten huwelijk gevraagd, nadat ik haar op het toilet van de universiteit geneukt had… Ze is daar waarschijnlijk zwanger geworden.”

“Dus je hebt een kind…”

“Michael… Vier maanden.”

“Misschien moest je om hem lachen…”

“Nee… Ik moest lachen omdat … ik kreeg, vlak voordat ik hier naartoe ging, het bericht dat ik was aangenomen bij een bank. Interessante baan… En nu zit ik hier. Daar moest ik om lachen.”

“Ik snap het. Je had alles goed voor elkaar, en opeens ben je constant anderhalve meter van je dood verwijderd.”

“Ja… hahaha!”

“Nu lach je weer!”

“Ik kan er niets aan doen.”

“Tijdens een oorlog wordt huilen lachen. Dat is een fysieke reactie. Ik heb een paar van die klootzakken doodgeschoten en iedere keer als ik er een had geraakt, riep ik: ‘Mooi zo, hahaha.’ Ik lachte als ik een trap tegen hun lijk gaf. Maar ik moest helemaal niet lachen.”

“Ja… Zoiets zal het zijn. Er moeten bij onze vijanden toch ook mannen zoals wij zitten…”

“Die lachen nu ook.”

“En net als wij schijten die in hun broek.”

“En net als wij denken ze voor het slapen aan vrouw en kinderen, en denken ze aan al die dingen die we niet durven te denken. Wat durf jij niet te denken?”

“Dat mijn vader het bericht krijgt…”

“Hahaha, nu moet ik lachen.”

“Waarom?”

“Ik ken je vader niet, maar zie nu een oude man voor me met twee foto’s op zijn schoot…. hahaha.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden