Beeld Artur Krynicki

Alles beter dan fysiek winkelen

PlusErik Jan Harmens

Ik kocht een hoody bij die grote Duitse online kledingretailer. Hij werd bezorgd, ik trok ’m aan, nu moest ik besluiten: houden of terugsturen? In de minuten die volgden was het kledingstuk als Schrödingers kat.

Wie z’n kat? Die van Schrödinger. Googel ‘Erwin Schrödinger’ en ‘kat’ en lees alles over het gedachte-experiment van de Oostenrijkse natuurkundige dat aantoonde dat een dier in een doos onder bepaalde omstandigheden zowel dood als levend kan zijn.

Mijn hoody had, terwijl ik voor de spiegel stond te draaien, óók twee tegenovergestelde gesteldheden: hij zat me als gegoten én stond me voor geen meter. Zolang ik nog niet had besloten, waren beide vaststellingen waar.

Het ene moment dacht ik: hij is net te klein. Als ik mijn arm omhoog doe, komt behalve mijn pols ook een flink stuk arm bloot te liggen. De onderkant van het kledingstuk valt maar net over mijn riem. Weg ermee, zou je zeggen, maar vervolgens dacht ik: het staat toch ook wel weer lekker noncha, zo’n net te kleine hoody. Bovendien zegt stijlpastoor Arno Kantelberg altijd dat Nederlandse mannen hun kleding te wijd dragen. Pakken met slobberbroeken zijn hem een doorn in het oog. En neem nou die broekspijpen van Jort Kelder, die zijn altijd net iets te kort en hij komt ermee weg.

Kan ik net zo’n trendsetter worden, maar dan met undersized hoody’s? Word ik dan net als hij ook zelfverzekerder, schalkser, een man met panache? Overigens is het label binnenin nog een argument om het kledingstuk te houden, want er staat: ‘For Beautiful People’. Als ik dit draag, ben ik dus beautiful. Het staat op het etiket. Kortom, ik hou ’m. Nee, ik stuur ’m terug.

Keuzes, keuzes, maar alles beter dan fysiek winkelen. Een zaak binnenlopen en terwijl ik geen idee heb wat ik zoek, toch de vraag moeten beantwoorden: ‘Kun je het vinden?’ Als ik een of andere aardappelzak pas, toch de verkoopster geloven als ze zegt: ‘Staat je leuk!’

Jaren geleden frequenteerde ik een winkel in Amsterdam-Oost waar een meisje werkte waar ik binnen een tel verliefd op was geworden. Ze kwam uit Thailand en noemde zich Cat (spreek uit: Ket). Als ik aan haar dacht, begon ik al te spinnen. Ze wist karrenvrachten kleding aan me te slijten, waar ik duizenden euro’s voor betaalde die ik niet had. Ik sloot er een doorlopend krediet voor af. Aankopen terugsturen bestond in die tijd nog niet. Ik kon het komen ruilen, maar wilde Cat niet ontrieven.

De kogel is door de kerk: de hoody is te klein. Ik prop ’m in de verpakking, plak het retouretiket erop, de 60 euro wordt binnen twee weken teruggestort. Met andere woorden: ik heb 60 euro verdiend. Waar zal ik die eens aan uitgeven?

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden