Opinie

'Alleen maar klagen over drukte helpt niet'

We willen een wereldstad zijn maar reageren provinciaals, stelt Angelique Lombarts, adviseur op het gebied van hospitality, toerisme en ­citymarketing. Als dorpsbewoners klagen we over de drukte, maar we willen wel de luxe en privileges van de stad. Laten we inventief, vooruitstrevend en tolerant blijven.

Drukte in de Kalverstraat Beeld ANP

Wekelijks, nee dagelijks klagen we over de drukte in de stad. Dat er problemen zijn, valt niet te ontkennen. Echter, de klagers hebben de overhand, of in elk geval roeren zij zich het meest.

Als gezegd, er zijn zeker knelpunten. Het benoemen van de problemen is belangrijk. Het zou daarbij overigens geen kwaad kunnen deze wat nader te specificeren qua tijd, plek en soort probleem.

Want niet overal (in het centrum) is het crisis. Als antropologe heb ik de neiging wanneer iets sterk positief wordt afgeschilderd de keerzijde te belichten en vice versa. Om te pogen van meerdere kanten naar een vraagstuk te kijken.

Tuintjes
Bijvoorbeeld vanuit historisch perspectief. Tv-programma's als Ondersteboven - Nederland in de Jaren 60 of Andere Tijden en een boek als Gouden Garen kijken terug naar wat vijftig jaar geleden normaal was in ons land: woningen met tuintjes waren - zeker in de stad - niet voor iedereen bereikbaar, zelfs had niet iedereen stromend water laat staan een auto, de ongelijkheid was vele malen groter dan vandaag de dag.

En hoe onvoorstelbaar vandaag de dag, wie ging vliegen werd persoonlijk welkom geheten op Schiphol. Tja, er is veel veranderd, en veel ten goede. Amsterdam kende ook toen problemen. Deze stad als altijd verlicht, eigenwijs en revolutionair, kwam met projecten als de Bijlmer en de tuinsteden in West en Noord: moderne woningen in het groen voor hen die minder bedeeld waren. Had je geld, dan verliet je de stad.

Dieptepunt
Het historische dieptepunt lag in 1985: de stad telde toen rond de 675.000 inwoners, veel minder dan voorheen. Voor je lol bleef je toen niet in Amsterdam wonen.

Met veel plannen, sommige beter, sommige wat slechter is er sindsdien geïnvesteerd in de stad. Het ging langzaamaan beter.

Angelique Lombarts
Adviseur op het gebied van hospitality, toerisme en citymarketing

Ik hoor u denken: de jaren zestig, 1985. We leven inmiddels in 2016. Oké, dan kijken we naar 2000. Dat is toch niet zo heel lang geleden. In 2000 stond Amsterdam er wereldwijd niet zo goed voor: op allerlei vergelijkingslijstjes kelderde Amsterdam.

Promoten
Voor toenmalig wethouder Geert Dales (VVD) was dit de aanleiding met citymarketing te beginnen. Eenvoudig uitgelegd: het promoten van de stad als aantrekkelijke plek voor bewoners, bedrijven en bezoekers.

Opeenvolgende wethouders hebben zich ingezet om de stad weer aantrekkelijk te maken. Immers, een aantrekkelijk stad trekt mensen en biedt werkgelegenheid en dat betekent groei en economische en maatschappelijke ontwikkeling.

Kroonjaar 2013
Uiteindelijk keerde het tij onder wethouder Carolien Gehrels, citymarketing werd succesvol, zeer succesvol met 2013 als kroonjaar waarin tal van jubilea werden gevierd.

De stad stond weer in de schijnwerpers en trok veel bezoekers. Een lichtpuntje in economisch zware tijden. Inmiddels praten we alleen nog maar over de problemen, over hoe de groei te beteugelen. Is dat wel de goede vraag? Het lijkt in elk geval de enige vraag.

Moeten we niet gaan kijken naar wat de groei ons heeft gebracht en brengt? Er zijn veel voorbeelden te noemen, bijvoorbeeld de vele banen in toerisme en horeca. Banen die voor iedereen bereikbaar zijn.

Parken
Of de fantastische parken, goed onderhouden, waar velen kunnen verpozen. Parken zijn mooie plekken om te gebruiken, ook voor festivals. Zoals de pagina toerisme van de stadsregio vermeldt: 'Zonder alle bezoekers zou het openbaar vervoer duurder zijn en minder vaak rijden, en zou het Rijksmuseum niet kunnen bestaan.'

We willen een wereldstad zijn, maar we reageren provinciaals. We klagen als dorpsbewoners, maar we willen de luxe en privileges van een stad (vergeet niet dat in veel krimpgemeentes er geen 24-uurs gezondheidszorg, politie of brandweer is, laat staan een ruime keuze aan winkels, horeca en sport-of cultuurgelegenheden).

Nee, het uitgroeien naar een wereldstad doet pijn maar biedt ook mogelijkheden. Wereldwijd trekken mensen naar steden omdat de stad kansen biedt. Waar schort het wel aan? We hebben een oud denkkader of eerder een oud, achterhaald systeem en beleidskader; we praten in oude termen, we kunnen de snelheid van veranderingen niet bijbenen met onze huidige middelen.

Flexibiliteit
Het systeem kraakt. De regels zijn niet (meer) toereikend. We hebben nieuwe kaders nodig, meer flexibiliteit en bovenal meer acceptatie en respect. Het wegwuiven van knelpunten helpt niet. Het uitsluitend belichten ervan echter ook niet.

Wellicht moeten we niet kijken naar wat de geschiedenis ons heeft gebracht, maar hoe het elders gaat. Naar de steden in Afrika en Azië met meer dan tien miljoen inwoners en de problemen waarmee zij zich geconfronteerd zien.

Naar de krimpgebieden en de tekortkomingen aan faciliteiten waarmee deze kampen. Of naar een stad als Venetië waar Het Parool onlangs over berichtte: een eilandstad die niet net als Amsterdam zijn grenzen kan oprekken naar Almere in het oosten, of Zaandam in het noorden.

Kortom, laten we als echte Amsterdammers inventief, vooruitstrevend en tolerant blijven. Dan blijft onze stad zoals we hem allemaal willen: prachtig en karaktervol met eigenwijze en ruimdenkende bewoners.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden