Column

Alleen ik en elf andere spelers lopen door de stad

James Worthy Beeld Agata Nowicka

"Kan iemand mij horen?" vraagt iemand terwijl ik door het centrum van Aken loop. Het is oorlog en de straten zijn leeg. Het theater, de gele trams, het gasthuis, de bibliotheek, alles is leeg. Alleen ik en elf andere spelers lopen door de stad.

Iemand van de tegenpartij gooit een granaat in de bibliotheek waar ik even verstopt zit. De boeken vliegen van de planken als geschrokken vogels. De papiersnippers dwarrelen naar beneden. Het is literatuur aan het motregenen.

"Kan iemand mij horen?"

Ik zet de microfoon die op mijn koptelefoon zit aan en zeg dat ik hem hoor.
"In welk land woon jij?" vraagt de jongen. Hij klinkt niet ouder dan veertien.
"Ik woon in Nederland. In Amsterdam. Jij?"

"Deerfield, Massachusetts. Een klein dorpje. De vrouw die je op de achtergrond hoort schreeuwen is trouwens mijn moeder. Ze vindt dat ik te veel game. Er zit een sluipschutter voor het theater, pak jij hem of moet ik het doen?"

"Nee, ik regel het wel. Maar heeft je moeder gelijk? Ben je te veel aan het gamen?" vraag ik, terwijl ik voorzichtig naar het theater loop.

"Weet je wat het is? Mijn moeder begrijpt de moderne wereld gewoon niet. Ze snapt niet dat gamen een baan is. Dat goede gamers miljoenen dollars kunnen verdienen. Oude mensen willen of kunnen simpelweg niet geloven dat je ook werk kunt doen wat je leuk vindt. Hoe oud ben jij eigenlijk?"

"Ik ben zevenendertig."

"Je bent toch geen pedo, hè? Mijn moeder zegt altijd dat ik niet met vreemden mag praten. Ik vind dat een rare levensinstelling. Dat ze me leert om mensen te wantrouwen. Achterdocht is een ziekte."

"Dat is het zeker, maar we leven in een gewelddadige wereld, vriend. Die sluipschutter voor het theater was een taaie, maar hij is dood. Mijn kogels zijn bijna op."

"Het is inderdaad een gewelddadige wereld. Heb je nog een granaat?"

"Nee, die gooi ik altijd aan het begin van elk spel hoog de lucht in. Dat vind ik leuk. Die knal is mijn cheerleader."

"Mijn moeder wil even met je praten, is dat goed?"

"Maar natuurlijk, kapitein."

"Hallo, hier spreekt de moeder van Jackson. Ik ben bang dat mijn zoon gameverslaafd is. Hij speelt zo'n vijf uur per dag."

"Zou je iemand van veertien jaar oud die vijf uur per dag op de piano oefent ook verslaafd noemen? Want dat is wat uw zoon doet. Eerlijk waar. Hij is niet verslaafd aan games, hij is verslaafd aan beter willen worden."

"En uw zoon is echt goed. Geloof mij. Hij eindigt elk potje bovenaan. Was Mozart een junk omdat hij op zijn achtste zijn eerste symfonie schreef? We plakken tegenwoordig veel te makkelijk het label 'verslaafde' op iemand die gewoon een passie heeft."

Jackson en ik spelen hierna nog drie uur lang Call of Duty. Ik volg hem. Ik probeer hem te volgen. Hij is de beste speler die ik ooit heb gezien. Niemand kan hem raken. Hij springt als een jonge Cruijff over het gevaar heen. Jackson heeft ogen in zijn achterhoofd. Hij heeft ogen overal.

Over een paar jaar koopt hij een huis voor zijn moeder. Een huis aan het strand. Haar vriendinnen zullen aan haar vragen hoe ze in godsnaam zo'n huis kon betalen en zij zal lachen.

"Mijn zoon. Mijn zoon is een soort Mozart."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden