Plus Column

Alleen hun twee lichamen en de herfst

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Het voordeel van de herfst is dat de bomen gaan blozen. Oranje, roze, rood. Maar als je heel veel gelukt hebt, kom je bomen tegen met bladeren in de kleur van stoofpeertjes. Dat gebeurde me in de Nicolaas de Roeverstraat in Oost. Daar zag ik ineens die warme, heldere rode kleur aan de takken zweven. En niet aan één boom, maar aan tien bomen.

Met mijn hoofd in mijn nek fietste ik onder de rood­roze haag door, de gaten van het bladerscherm lieten fonkelde lichtstralen door. Het contrast met de grauwe jarenvijftigwoningen eromheen kon niet groter. Ik dacht aan wat mijn Chinese acupuncturist eens tegen me zei: het uitzicht is belangrijker dan het huis. Maar wat een geluk als dit je uitzicht is, want deze bomen zijn zeldzaam. Geloof mij, dit zijn omfietsbomen.

Ik heb ze weleens gezocht, de stoofpeertjesbomen, en dan vind je ze dus gewoon niet - alsof iemand van ­hogerhand ooit besloten heeft dat het verrassingseffect erbij hoort. Ook toen ik later die middag toevallig in het Westerpark liep, stiekem verlangend naar meer van zulk moois, kwam ik ze niet tegen.

De bomen in het park waren groot en indrukwekkend en ook hier waren ze langzaam van kleur verschoten, soms zelfs roodachtig, maar nooit was het die ene ­zalige stoofpeertjeskleur.

Wat ik wel zag, waren goudiepen. En daaronder was een jongeman bezig met iets wat ik nooit eerder had ­gezien. Hij zat op zijn knieën op het met bladeren ­bezaaide veld. Hij droeg een T-shirt, had blote voeten en maaide met zijn armen, net zo lang tot hij een grote hoop bladeren had verzameld.

Toen de berg groot genoeg was, kon het ingraven beginnen, want gecamoufleerd onder de bladeren - zag ik ineens - lag een meisje. De jongeman pakte plukjes bladeren en liet die op haar neerdwarrelen, steeds meer en meer, tot ze onder een deken van bladeren lag.

Daarna begon hij de bladeren over haar lijf te masseren. De twee gedroegen zich alsof ze de enige twee mensen op de wereld waren, alsof er buiten hen niets bestond. Alleen twee lichamen en de herfst. Ze spraken niet, ze gingen volledig op in hun spel, namen hun taak serieus. Ik bleef op een afstandje, het liefst wilde ik ze vragen wie ze waren, waar ze vandaan kwamen, maar ik liet ze met rust.

Verderop, op het Westergasterrein, kwam ik vooral veel angstaanjagende resten van een Halloweenfeestje tegen. Niets wat ook maar in de verste verte op mijn blozende bomen leek.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden