Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Alleen een kind krijgen? Ik zag door de bomen het bos niet meer

PlusNatascha van Weezel

Natascha van Weezel

Als kind speelde ik altijd met poppen. Baby Born was favoriet. Ik legde haar voorzichtig in bad, verschoonde haar nep­luier en trok haar roze rompertjes aan. Eén ding wist ik toen al zeker: op een dag wilde ik moeder worden. Niet vroeg, niet laat, maar ‘gewoon’ rond mijn dertigste. Eerst zou ik werk vinden en trouwen. Daarna mocht de baby komen.

Helaas kun je het leven van tevoren niet volledig uitstippelen. Op mijn eenendertigste ging mijn lange relatie uit. Na de shock van de relatiebreuk drong zich een ander pijnlijk besef op: ik was opeens een alleenstaande dertiger. Mijn kinderwens moest dus op de lange baan worden geschoven.

Om mijn gemoed te sussen hield ik me voor dat ik nog jong was. Ik gaf mezelf de tijd tot mijn vijfendertigste. Als ik dan geen vriend zou hebben, ging ik het in mijn eentje doen. Fijn leek het me niet, maar mijn kinderwens was groter.

In de tussentijd raakte de ene na de andere vriendin zwanger. Ik was natuurlijk blij voor hen en ging met plezier naar hun babyshowers en op kraambezoek. Toch kreeg ik steeds weer een brok in mijn keel als ik een kindje in mijn armen hield en iemand vaststelde dat ‘het me goed stond’.

Inmiddels ben ik alweer een paar maanden vijfendertig. Een echt serieuze relatie heb ik de afgelopen vier jaar niet gehad. Daarom ging ik onlangs naar de huisarts. “Ik ga het zelf doen,” verklaarde ik stoer.

Eigenlijk had ik gehoopt dat mijn dokter zou zeggen dat ik niet zo raar moest doen omdat ik nog alle tijd heb. Dat zei ze niet. In plaats daarvan vroeg ze of ik erover had nagedacht hoe ik het precies wilde.

Ze gaf me een aantal weblinks. Van vruchtbaarheidsklinieken waarvan de wachttijd overal meer dan een jaar blijkt te bedragen. Van een stichting voor BAM, bewust alleenstaande moeders. Van OneWish, een digitale ontmoetingsplek voor wensouders (dat is een soort Tinder maar dan om een donor te scoren in plaats van een date). Ik verdiepte me in co-ouderschap, social egg freezing en het verschil tussen Nederlandse en Deense spermabanken.

Er waren zo veel opties dat ik door de bomen het bos niet meer zag. “Je kunt ook op de echte Tinder gaan hè,” zei mijn huisarts. Ze knipoogde: “Hoe je het ook wilt, ik zal je overal in steunen.”

Dat was alles wat ik op dat moment nodig had. Ik weet nog niet zeker of ik dit echt ga doen. Het traject waar ik misschien aan ga beginnen is immers volstrekt anders dan het ideale plaatje dat ik – en met mij zo veel anderen – altijd in mijn hoofd had. Maar wat ik sinds mijn doktersbezoek wel weet, is dat ik het hoe dan ook niet helemáál alleen hoef te doen.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden